ECLI:NL:RBZWB:2026:2481
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van €5.278 opgelegd door de inspecteur. De rechtbank beoordeelt of de aanslag terecht en correct is opgelegd. Belanghebbende voerde aan dat hij niet belastingplichtig was en dat de aanslag te hoog was vanwege onvoldoende waardevermindering door schade.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende wel belastingplichtig is omdat hij de registratie van de auto in privé heeft verricht en de aangifte heeft gedaan. De aanslag is terecht opgelegd aan belanghebbende. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de schadewaardevermindering hoger is dan door de inspecteur gehanteerd.
Verder is het beroep ongegrond verklaard. Wel is belanghebbende een immateriële schadevergoeding van €2.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. De proceskosten voor het verzoek om schadevergoeding worden deels door de inspecteur en deels door de Staat vergoed. Het griffierecht wordt niet vergoed vanwege de datum van het verzoek.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.