Eiser verzocht het college handhavend op te treden tegen overtredingen op percelen met bestemming 'Natuur', waaronder het weiden van paarden. Het college legde een last onder dwangsom op voor opslag van hooibalen, maar wees het verzoek tot handhaving van het weiden van paarden af. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het bestreden besluit.
De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de gerechtvaardigde verwachtingen van overtreders zwaarder wegen dan het belang van handhaving. Het college heeft het belang van de bestemming 'Natuur' onvoldoende betrokken in de belangenafweging en onterecht meegewogen dat de percelen mogelijk agrarisch worden bestemd. Ook de stelling dat eiser geen zicht heeft op de paarden is onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank stelt vast dat het college wel een toezegging heeft gedaan over het hobbymatig weiden van paarden, maar dat de belangenafweging niet zorgvuldig is gemaakt. Hierdoor is sprake van een motiveringsgebrek. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Het griffierecht wordt aan eiser vergoed.