Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het doorrijden bij een rood verkeerslicht op de Backer en Ruebweg te Breda op 2 april 2024 om 22.14 uur. Betrokkene stelde dat het voertuig op dat moment door een ander werd bestuurd en dat de boete niet redelijk was. Tevens werd aangevoerd dat het aanvullend proces-verbaal niet geldig was omdat het niet was ondertekend door de verbalisant.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende aannemelijk maakt dat de gedraging heeft plaatsgevonden, ondanks het ontbreken van ondertekening. Betrokkene kon geen specifieke feiten aanvoeren die twijfel aan de juistheid van de verklaring rechtvaardigen.
Verder werd vastgesteld dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was, omdat de verbalisant met een voertuig zonder middelen tot staandehouding reed en ervoor koos te wachten voor het rode licht. Hierdoor mocht de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de opgelegde boete. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.