ECLI:NL:RBZWB:2026:2496

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
11526309 \ MB VERZ 25-181
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens ontbreken vaststelling gedraging

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet dragen van een goedgekeurde helm op een bromfiets in het Wilhelminapark te Breda op 7 november 2023. Betrokkene stelde dat hij op dat moment op school in een andere plaats was en geen connectie had met Breda. Hij voerde aan dat hij de overtreding niet had begaan en wilde een nieuw kentekennummer aanvragen om toekomstige misplaatste boetes te voorkomen.

De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was betrokkene niet aanwezig. De zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie erkende dat uit de verklaring van de verbalisant niet duidelijk bleek hoe de overtreding was vastgesteld.

De kantonrechter oordeelde dat niet was komen vast te staan dat betrokkene de overtreding had begaan en achtte het niet aannemelijk dat betrokkene de gedraging had verricht. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete en de beslissing van de officier van justitie vernietigd, en werd de betaalde zekerheidstelling van €109,- terugbetaald aan betrokkene.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11526309 \ MB VERZ 25-181
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 18 februari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 februari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. S.V. Oedayrajsingh Varma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is met kennisgeving niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: bestuurder of passagier brom/snorfiets, brommobiel draagt geen goedgekeurde, goedpassende/deugdelijk bevestigde helm in het Wilhelminapark te Breda op 7 november 2023 om 14.18 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Op 7 november 2023 zat betrokkene op school in [plaats 1] , waar hij met de scooter vanuit [woonplaats] heen gaat. Betrokkene heeft geen enkele connectie met Breda en gaat een nieuw kentekennummer aanvragen om toekomstige misplaatste bekeuringen te voorkomen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren, nu uit de verklaring van de verbalisant niet duidelijk blijkt hoe hij de gedraging heeft vastgesteld.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. De kantonrechter acht het niet aannemelijk dat de gedraging door betrokkene is verricht, gelet op hetgeen betrokkene heeft aangevoerd. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,-, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: