ECLI:NL:RBZWB:2026:250

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/6603
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens tijdige beslissing college op verzoeken

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg wegens vermeend niet tijdig beslissen op haar verzoeken van september en oktober 2024. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin het college werd opgedragen uiterlijk 1 september 2025 te beslissen.

Uit het dossier blijkt dat het college op 1 september 2025 een besluit heeft genomen op de verzoeken van eiseres. Omdat het beroep op 15 december 2025 werd ingediend, was er op dat moment geen sprake van niet tijdig beslissen. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de ontvankelijkheidseisen van artikel 6:12 Awb Pro.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat het beroepschrift ook als aanvullend bezwaarschrift kan worden gezien, maar dat het college al in bezit is van de stukken. Verzoeken om sturing van de bezwaarprocedure door de rechtbank worden afgewezen omdat dit niet tot haar bevoegdheid behoort.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het college tijdig heeft beslist op de verzoeken van eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/6603

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld na de uitspraak van de rechtbank van 2 juni 2025. [1] In die uitspraak staat dat het college uiterlijk 1 september 2025 moet beslissen op de verzoeken van 29 september 2024 en 3 oktober 2024 van eiseres. Eiseres stelt nu beroep in omdat het college dat volgens haar niet heeft gedaan.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [2]
Is het beroep ontvankelijk?
3. Uit de stukken in het dossier blijkt dat het college op 1 september 2025 een besluit heeft genomen op de verzoeken van eiseres. Vervolgens heeft eiseres op 15 december 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar verzoeken. Op het moment van indiening van het beroepschrift was, gezien het besluit van 1 september 2025, geen sprake van niet tijdig beslissen op de verzoeken van eiseres. Daaruit volgt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor indiening van een beroep als bedoeld in artikel 6:12 van Pro de Awb.
3.1.
Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Overwegingen ten overvloede
4. Ten overvloede merkt de rechtbank het volgende op. Eiseres is op 16 september 2025 bij het college in bezwaar gegaan tegen het besluit van 1 september 2025. Eiseres heeft op 15 december 2025 een beroepschrift ingediend bij de rechtbank. Voor zover dit beroepschrift kan worden aangemerkt als een aanvullend bezwaarschrift, is het college al in bezit van de in het dossier aanwezige stukken. Doorzending is in dit geval niet aan de orde.
4.1.
Tevens verzoekt eiseres de rechtbank in haar aanvullend beroepschrift van
7 januari 2026 het college op te dragen om de bezwaarprocedure op een bepaalde manier voort te zetten of aan te passen. Het is echter niet aan de rechtbank om het proces in de bezwaarfase te sturen. Hiervoor dient eiseres zich te wenden tot het college.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van
I. Ambachtsheer, griffier, op 21 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.BRE 24/8648.
2.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.