Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Belcrumweg te Breda op 15 augustus 2023. Betrokkene stelde in beroep dat de gedraging niet was verricht en dat de verklaring van de verbalisant onvoldoende was.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal voldoende duidelijk was en dat de gedraging vaststond. Er was geen aanleiding om aan de juistheid van de verklaring te twijfelen. De boete was daarom terecht opgelegd.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.