ECLI:NL:RBZWB:2026:2519

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
25/3079
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 ZWArt. 19aa ZWArt. 19ab ZW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Eiseres, voormalig medewerker klantenservice, kreeg haar Ziektewetuitkering beëindigd door het UWV omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Zij betwist dit en voert ernstige fysieke en psychische klachten aan, waaronder fibromyalgie, migraine en depressieve klachten, die haar werkvermogen beperken.

De rechtbank beoordeelt het medisch onderzoek van het UWV, dat bestond uit een lichamelijk en psychisch onderzoek door een arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep, en concludeert dat dit onderzoek zorgvuldig en volledig was. De beperkingen van eiseres zijn vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en zijn volgens de verzekeringsarts b&b passend en voldoende.

Eiseres stelt dat de gekozen functies voor de arbeidsongeschiktheidsberekening haar belastbaarheid overschrijden, maar de rechtbank volgt het UWV hierin omdat de medische beperkingen niet zijn onderschat. De berekening leidt tot een arbeidsongeschiktheid van 0%, waardoor het recht op ZW-uitkering vervalt.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst de proceskostenvergoeding af en bevestigt de beëindiging van de uitkering per 2 maart 2024.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats: Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3079 ZW

uitspraak van 2 april 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. J. Jansen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,het UWV.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de uitkering van eiseres op grond van de Ziektewet (ZW). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht de ZW-uitkering heeft beëindigd.
1.1
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht de uitkering van eiseres heeft beëindigd. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
1.2
Onder 2 staan de feiten en omstandigheden die van belang zijn. Onder 3 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 4 tot en met 6 zijn de grondslag van het besluit, het wettelijk kader en het toetsingskader opgenomen. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 7. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen: was het medisch onderzoek van het UWV voldoende zorgvuldig, zijn de beperkingen juist vastgesteld (medische beoordeling), zijn aan de schatting ten grondslag gelegde functies geschikt en is de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Feiten en omstandigheden

2. Eiseres is laatstelijk werkzaam geweest als medewerker klantenservice. Zij meldde zich op 31 januari 2023 ziek vanwege fysieke klachten na een keizersnede. De Eerstejaars Ziektewet beoordeling (EZWB) heeft geleid tot de besluiten zoals genoemd onder ‘procesverloop’.

Procesverloop

3. Het UWV heeft met het besluit van 29 januari 2024 (primair besluit) aan eiseres medegedeeld dat haar ZW-uitkering met ingang van 2 maart 2024 wordt beëindigd. Met het bestreden besluit van 6 mei 2025 is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
3.1
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3.2
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
3.3
De rechtbank heeft het beroep op 23 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde en namens het UWV [gemachtigde] .

Beoordeling door de rechtbank

Grondslag bestreden besluit

4. Aan het bestreden besluit heeft het UWV ten grondslag gelegd dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Wettelijk kader
5. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Toetsingskader
6. Bij de beoordeling of het bestreden besluit juist is, is van belang of eiseres medische beperkingen heeft en of zij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.
6.1
Niet in geschil is dat eiseres 52 weken arbeidsongeschikt is geweest. Dit betekent dat het UWV terecht ook heeft beoordeeld of eiseres in staat is met algemeen geaccepteerde arbeid meer dan 65% van haar maatmaninkomen te verdienen. Bij een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35% bestaat er geen recht meer op een ZW-uitkering.
Het onderzoek van het UWV
7. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapporten van een arts (getoetst en akkoord bevonden door een verzekeringsarts) en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.
7.1
De primaire arts heeft het dossier bestudeerd en eiseres lichamelijk en psychisch onderzocht op het spreekuur van 9 januari 2024. De sociaal medisch verpleegkundige heeft eiseres gesproken tijdens het telefonische spreekuur op 29 november 2023. De primaire arts rapporteert op 15 januari 2024 als volgt. Er is sprake van buikpijnklachten wegens verklevingen, rugpijn en stemmingsklachten. Er is sprake van een aannemelijk verband tussen de klachten, en belemmeringen in het functioneren enerzijds, en de bevindingen bij het eigen onderzoek anderzijds. Er is dus sprake van beperkingen als rechtstreeks gevolg van ziekte die beperkingen in de belastbaarheid geven. Vanwege de mentale en fysieke belemmeringen moet eiseres beperkt worden voor zwaar fysiek en mentaal belastend werk. Er zijn beperkingen voor bijv. lang staan, lopen, zitten, tillen, dragen, beschermende middelen dragen, traplopen frequent buigen en langdurig gebogen werken. Op mentaal vlak zijn er beperkingen voor deadlines, conflicten en leidinggeven. Het eigen werk is tijdelijk ongeschikt vanwege de deadlines.
De beperkingen en de belastbaarheid van eiseres zijn neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 15 januari 2024.
7.2
De verzekeringsarts b&b heeft het dossier bestudeerd, kennisgenomen van het bezwaarschrift van 7 februari 2024, de aanvullende gronden van 6 maart 2024 en 11 juni 2024 en de opgevraagde medische informatie, een brief met bijlagen van de huisarts. Daarnaast heeft de verzekeringsarts b&b eiseres gezien op het spreekuur van 24 maart 2025. Net als de primaire arts concludeert de verzekeringsarts b&b dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor de conclusie van ‘geen benutbare mogelijkheden’. Er is namelijk geen sprake van een situatie waarin wordt voldaan aan een van de uitzonderingscriteria. Eiseres is niet langdurig opgenomen, ADL-afhankelijk of bedlegerig en disfunctioneert niet op persoonlijk of sociaal vlak ten gevolge van een ernstige psychiatrische aandoening. Verder is de verzekeringsarts b&b van mening dat in de FML ruim voldoende rekening gehouden is met de klachten en beperkingen van eiseres. Uit de informatie van de behandelende sector blijkt niet dat sprake is van pathologie op grond waarvan meer beperkingen aan de orde zouden zijn. De verzekeringsarts b&b ziet daarom geen aanleiding om de FML te wijzigen.
Het standpunt van eiseres
8. Eiseres stelt dat zij niet in staat is te werken. Zij heeft ernstige depressieve klachten, kan moeilijk uit bed komen en ervaart een gevoel van lusteloosheid. Daarnaast heeft zij ook fysieke klachten die haar beperken in het dagelijks leven. Om een dag door te komen, is zij afhankelijk van sterke medicatie. De medicatie beïnvloedt haar vermogen om te werken en kan haar een gevoel van sufheid geven. Verder heeft zij migraineaanvallen, zware buikpijnen, knieklachten, rugklachten en polsklachten. Inmiddels is ook de diagnose fibromyalgie gesteld. Eiseres verwijst hiervoor naar een medisch stuk van de Reumatoloog van 7 oktober 2025 (bijlage 1 bij aanvullend beroep). De verzekeringsarts van het UWV heeft onvoldoende beperkingen voor de tenderpoints meegenomen bij de vaststelling van de FML. Eiseres scoort namelijk op alle 18 drukpunten. In de rubrieken dynamisch handelen en statische houdingen zouden daarom verdergaande beperkingen moeten worden aangenomen. Zij kan niet langer dan 10 minuten lopen, zwaarder dan 7 kilo tillen, bukken en haar knie buigen of strekken. Daarnaast heeft eiseres bij alles hulp nodig en kan zij haar huishouden bijna niet zelfstandig doen. Vanwege de pijnklachten slaapt eiseres ook slecht, waardoor een urenbeperking opgenomen moet worden.
8.1
Gelet op voorgaande klachten en beperkingen zijn de geduide functies niet passend. In de functies wordt haar belastbaarheid overschreden. Bovendien heeft eiseres last van astma, waardoor de damp die vrijkomt tijdens het werk in de functie van Wikkelaar niet bevorderlijk zou zijn en het werken met stof als textielproductenmaker niet passend. Daarnaast zijn de repeterende handelingen in de functies funest voor haar polsklachten door fibromyalgie.
8.2
Verder vult eiseres, met aanvullende gronden, aan dat zij pijnklachten in heel haar lichaam heeft en niet alleen in haar polsen, rug, nek en knie. Tot slot ervaart zij soms ook stijfheid, waardoor het in dat geval niet mogelijk is uit bed te komen.
Aanvullende reactie van de verzekeringsarts b&b
9. Op 8 december 2025 heeft de verzekeringsarts b&b als volgt op (de stukken van) eiseres gereageerd. Voor migraine zijn te weinig aanvullende medische gegevens bekend. In het rapport van de huisarts In het gesprek heeft eiseres geen klachten van migraine benoemd en zij gebruikt geen medicatie. Astma wordt (door de reumatoloog) in de voorgeschiedenis benoemd, maar er zijn geen aanwijzingen dat daar nog steeds sprake van is. Eiseres heeft bij de afspraken met het UWV niet benoemd dat sprake is van astma, zij gebruikt er geen medicatie voor en er is geen medische informatie ingebracht die aannemelijk maakt dat er sprake is van beperkingen ten gevolge van astma.
9.1
Daarnaast wordt volgens de verzekeringsarts b&b de diagnose fibromyalgie gesteld wanneer bij lichamelijk onderzoek voldoende kenmerkende pijnpunten zijn. Een onderliggende medische oorzaak voor de pijn ontbreekt. Bewegen is hierbij juist raadzaam, zolang geen sprake is van excessieve belasting. Kenmerk van fibromyalgie is dat de mate van ervaren klachten en de grenzen die men daarbij zichzelf in het functioneren oplegt geen mate vormen voor de medische grenzen van de belastbaarheid. De ervaren klachten zijn namelijk subjectief. Het moet echter gaan om medisch-objectiveerbare beperkingen. Hiertoe wordt eiseres beperkt in het verrichten van fysiek zwaar werk. Dit komt in de FML ruimschoots tot uitdrukking. Lopen, tillen en frequent buigen tijdens het werk zijn als licht beperkt aangegeven, dit is ruim voldoende gezien de gestelde diagnose en de bevindingen bij het lichamelijk onderzoek.
9.2
Verder is eiseres bekend met patello femoraal pijnsyndroom, dat zijn pijnklachten aan de voorkant van de knie bij het buigen. Bij onderzoek vond de orthopeed geen afwijkingen. Bij onderzoek van de verzekeringsarts b&b kon normaal bewogen worden. Eiseres gaf echter wel pijn aan. Met de beperking op lopen en traplopen is voldoende rekening gehouden met deze klachten.
9.3
Tot slot is voor een aanvullende urenbeperking geen reden, omdat niet voldaan wordt aan de criteria hiervoor op grond van de standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid.
Was het medisch onderzoek van het UWV voldoende zorgvuldig?
10. De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek van het UWV op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. De primaire arts heeft het dossier bestudeerd en eiseres psychisch en lichamelijk onderzocht tijdens het spreekuur van 9 januari 2024. De verzekeringsarts b&b heeft het dossier bestudeerd, kennisgenomen van het bezwaarschrift, de aanvullende gronden en de medische informatie opgevraagd door de verzekeringsarts, waaronder een brief met bijlagen van de huisarts. Daarnaast heeft de verzekeringsarts b&b eiseres gezien op het spreekuur van 24 maart 2025. Zij waren op de hoogte van de klachten van eiseres, waaronder haar fysieke klachten en psychische klachten. De verzekeringsartsen hebben naar die klachten onderzoek verricht. Gezien het voorgaande beschikte de verzekeringsarts b&b over ruim voldoende inzicht in de (medische) situatie van eiseres. Concluderend zijn er geen onderzoeksactiviteiten gemist en zijn er geen aanwijzingen dat de verzekeringsartsen informatie misten om tot een zorgvuldige beoordeling te komen. Ondanks dat eiseres het lichamelijk onderzoek anders heeft ervaren, zoals zij ter zitting heeft gesteld, blijkt uit de stukken dat het medische onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest.
Zijn de beperkingen juist vastgesteld?
11. Eiseres stelt dat zij niet in staat is te werken. Ter zitting heeft eiseres aangevoerd dat zij hiermee bedoelt dat in haar situatie sprake is van Geen Benutbare Mogelijkheden (GBM). De verzekeringsarts b&b heeft echter uitgebreid gemotiveerd dat bij eiseres geen sprake is van een situatie waarin GBM wordt aangenomen. De rechtbank volgt dit standpunt. Het UWV heeft dus terecht een FML opgesteld.
11.1
Verder heeft eiseres gewezen op haar fibromyalgie (pijnklachten door heel haar lichaam) en psychische klachten. Met betrekking tot haar fibromyalgie heeft eiseres een brief van de reumatoloog overgelegd. Echter, niet zozeer is van belang welke aandoening eiseres heeft, maar welke beperkingen daaruit voortvloeien. Uit de overgelegde informatie blijkt niet dat eiseres meer beperkt is dan door het UWV is aangenomen. Er zijn immers al beperkingen met betrekking tot de rubrieken persoonlijk functioneren, sociaal functioneren, fysieke omgevingseisen, dynamische handelingen en statische houdingen. De verzekeringsarts b&b heeft in zijn beoordeling rekening gehouden met de klachten en beperkingen van eiseres. De verzekeringsarts b&b heeft afdoende gemotiveerd dat door de gestelde beperkingen al voldoende rekening is gehouden met fibromyalgie, ondanks dat de diagnose toentertijd nog niet bekend was. Bovendien voert de verzekeringsarts b&b aan dat het voor eiseres juist raadzaam is om te bewegen. De rechtbank volgt eveneens de motivering van de verzekeringsarts b&b dat voldoende rekening is gehouden met de knieklachten van eiseres.
11.2
Daarnaast heeft de verzekeringsarts b&b ook inzichtelijk gemotiveerd waarom in de FML geen beperkingen opgenomen zijn voor de door eiseres gestelde migraine en astma. Eiseres heeft deze klachten ter zitting nader toegelicht, maar zij heeft geen nadere medische stukken overgelegd met betrekking tot deze klachten. De rechtbank ziet evenmin aanleiding te twijfelen aan het standpunt van de verzekeringsarts b&b dat geen aanleiding bestaat een urenbeperking op te nemen in de FML.
11.3
Verder merkt de rechtbank op dat de enkele omstandigheid dat de verzekeringsarts b&b de door eiseres ervaren klachten op een andere manier heeft gewogen dan dat zij die ervaart, niet betekent dat het medische oordeel onzorgvuldig of onjuist is. De subjectieve beleving van klachten is volgens vaste rechtspraak namelijk niet doorslaggevend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen in objectieve zin bij eiseres zijn vast te stellen. Van belang zijn de medische te objectiveren beperkingen. [1]
11.4
Nu niet is gebleken dat de beperkingen van eiseres in de FML van 15 januari 2024 zijn onderschat, gaat de rechtbank voor de verdere beoordeling uit van de belastbaarheid zoals die daarin is neergelegd.
Zijn de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geschikt?
12. Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) van het UWV heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML, de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: Wikkelaar (SBC-code 267053), Controleur, tester elektrotechnische apparatuur (SBC-code 267060) en Textielproductenmaker (SBC-code 111160).
12.1
Eiseres heeft aangevoerd dat deze functies haar belastbaarheid overschrijden. De functies zijn niet geschikt door haar astma en fibromyalgie (zoals polsklachten).
12.2
Naar het oordeel van de rechtbank geven de beroepsgronden van eiseres geen aanleiding om te twijfelen aan de medische geschiktheid van de geselecteerde functies. Het standpunt van eiseres dat zij niet in staat is de geduide functies te verrichten, vloeit voort uit haar opvatting dat haar medische beperkingen zijn onderschat. Zoals in overweging 11 is geconcludeerd is die opvatting niet juist. De hiervoor genoemde functies mochten daarom worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.
Is de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld?
13. Op basis van de inkomsten die eiseres met de geduide functies zou kunnen verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot de conclusie dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is, namelijk 0%. Omdat eiseres tegen deze berekening geen gronden naar voren heeft gebracht, gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid.
13.1
Omdat pas recht bestaat op een ZW-uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, heeft het UWV de ZW-uitkering terecht beëindigd per 2 maart 2024.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiseres niets verandert. Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard krijgt eiseres geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiseres het griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. van der Linden, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.H. Meulensteen, griffier, op 2 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage wettelijk kader

De verzekerde die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek heeft recht op ziekengeld (artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW).
Naar vaste rechtspraak wordt onder het begrip ‘zijn arbeid’ verstaan de arbeid die de verzekerde het laatst voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid heeft verricht.
Als een verzekerde geen werkgever (meer) heeft en 52 weken arbeidsongeschikt is geweest heeft deze recht op ziekengeld als hij:
- ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, als bedoeld in artikel 19 én
- slechts in staat is ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur met algemeen geaccepteerde arbeid waartoe hij met zijn krachten en bekwaamheden in staat is (artikel 19aa, eerste lid, en artikel 19ab, derde lid, van de ZW).
De mate van arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld op basis van een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek (artikel 19ab, eerste lid, van de ZW).

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 16 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:106.