ECLI:NL:RBZWB:2026:260

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/2202
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:4 AwbArt. 1 Regeling SPUKArt. 3 Regeling SPUKArt. 5 Regeling SPUKArt. 7 Regeling SPUK
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag specifieke uitkering stimulering sport wegens overschrijding aanvraagtermijn

De gemeente Schouwen-Duiveland diende op 9 mei 2024 een aanvraag in voor een specifieke uitkering stimulering sport 2024, terwijl de Regeling SPUK een indieningstermijn van 1 tot en met 30 april 2024 voorschrijft. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens overschrijding van deze termijn. De gemeente stelde beroep in tegen deze afwijzing en voerde aan dat de termijn van 30 april niet duidelijk was, dat de aanvraag tijdig was binnen 30 dagen na 15 april, en dat toepassing van de hardheidsclausule en het evenredigheidsbeginsel gerechtvaardigd was.

De rechtbank oordeelde dat de regeling een duidelijke indieningstermijn bevatte en dat de aanvraag te laat was ingediend. De hardheidsclausule kon niet worden toegepast omdat de gemeente zelf verantwoordelijk was voor tijdige indiening en voldoende was geïnformeerd. Ook was er geen sprake van disproportionaliteit of onbillijkheid van overwegende aard. De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt en dat het besluit passend en noodzakelijk was voor een werkbare uitvoering van de regeling.

De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het bestreden besluit stand houdt. De gemeente krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter A.M.L.E. Ides Peeters op 23 januari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de aanvraag wegens overschrijding van de indieningstermijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2202

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen

gemeente Schouwen-Duiveland, te Zierikzee, eiseres

(gemachtigde: mr. A.P.C. Kester),
en
de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (de staatssecretaris).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om verlening van een specifieke uitkering (hierna: de uitkering) voor het jaar 2024 op grond van de Regeling specifieke uitkering stimulering sport 2024-2025 (hierna: de Regeling SPUK). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris terecht de aanvraag van eiseres heeft afgewezen, omdat deze buiten de in de Regeling SPUK neergelegde aanvraagtermijn is ingediend. De staatssecretaris heeft in de door eiseres aangegeven omstandigheden ook geen aanleiding hoeven zien deze bepaling met toepassing van de hardheidsclausule of op basis van het evenredigheidsbeginsel buiten toepassing te laten. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiseres heeft bij e-mailbericht van 9 mei 2024 een aanvraag ingediend om een uitkering op grond van de Regeling SPUK voor het jaar 2024 tot het maximaal voor de gemeente beschikbare bedrag van € 185.218,-. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: de minister) heeft deze aanvraag met het besluit van 27 mei 2024 afgewezen.
3.1.
Met het bestreden besluit van 24 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
3.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3.3.
De minister (lees: de staatssecretaris) heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
3.4.
De rechtbank heeft het beroep op 12 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [vertegenwoordiger gemeente] namens eiseres, de gemachtigde van eiseres en mr. J.P. Bloos en [vertegenwoordiger] namens de staatssecretaris.

Beoordeling door de rechtbank

4. Sinds 1 januari 2019 kunnen gemeenten, sportverenigingen, en sportstichtingen de btw die bij hen in rekening wordt gebracht voor bestedingen in sport niet meer in aftrek brengen. Om de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties en aanschaf van sportmaterialen te stimuleren, kunnen gemeenten sinds die datum gebruikmaken van de Regeling SPUK.
Grondslag bestreden besluit
5. Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag dat eiseres met het e-mailbericht van 9 mei 2024 buiten de in artikel 7, tweede lid, van de Regeling SPUK neergelegde aanvraagtermijn een aanvraag heeft ingediend. De staatssecretaris ziet in de door eiseres aangegeven omstandigheden geen aanleiding deze bepaling met toepassing van de hardheidsclausule of op basis van het evenredigheidsbeginsel buiten toepassing te laten.
Gronden eiseres
6. Eiseres voert in beroep aan dat de aanvraag ten onrechte is afgewezen. In de Regeling SPUK is geen uiterlijke indieningsdatum voor de aanvraag genoemd, maar een tijdvak van 30 dagen. Het indieningstijdvak is aangevangen op 15 april 2024. De aanvraag is op 9 mei 2024 en daarmee tijdig binnen 30 dagen ingediend. Daar betrekt eiseres bij dat de aanvraag geen invloed heeft op derde-belanghebbenden. Daarnaast doet eiseres een beroep op de hardheidsclausule, omdat een strikte handhaving van de indieningstermijn disproportioneel is en tot een onbillijkheid van overwegende aard leidt. De opmerking van de staatssecretaris op zitting, dat eiseres de enige gemeente (van in totaal 330) is die later dan 30 april 2024 een aanvraag heeft ingediend, is volgens eiseres des te meer reden om de hardheidsclausule toe te passen. Ook is volgens eiseres sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel. De nadelige gevolgen van het besluit zijn onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. De staatssecretaris had niet kunnen volstaan met verwijzing naar algemene informatievoorziening via een website of webinars, maar had nog een e-mail moeten sturen waarin de urgentie van indiening gelet op de aangepaste termijn werd benadrukt.
Toetsingskader
7. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Is de aanvraag om een uitkering voor het jaar 2024 terecht afgewezen?
Indieningstermijn
8. De rechtbank stelt vast dat in artikel 7, tweede lid, van de Regeling SPUK een indieningstermijn voor de aanvraag om een uitkering voor het jaar 2024 is bepaald vanaf 1 april 2024 tot en met 30 april 2024 (hierna: het indieningstijdvak). Voor de aanvraag wordt een door de minister/staatssecretaris vastgesteld formulier gebruikt. Dat de Regeling SPUK eerst op 11 april is gepubliceerd in de Staatscourant maakt het voornoemde indieningstijdvak niet anders. De stelling van eiseres dat sprake is van een indieningstermijn van 30 dagen, die is aangevangen op 15 april 2024 [1] , kan daarom niet worden gevolgd. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres bij e-mailbericht van 9 mei 2024 een aanvraag heeft ingediend. Dit is buiten het hiervoor genoemde indieningstijdvak eindigend op 30 april 2024 en dus te laat. De staatssecretaris mocht de aanvraag daarom in beginsel afwijzen.
Hardheidsclausule
8.1.
Eiseres doet een beroep op de hardheidsclausule in artikel 14 van Pro de Regeling SPUK. Zij stelt daartoe dat zij slechts de helft van de voorgeschreven termijn heeft gekregen om haar aanvraag in te dienen en dat strikte toepassing van de indieningstermijn leidt tot het volledig vervallen van het recht op een uitkering voor 2024.
8.2.
De rechtbank overweegt dat de hardheidsclausule de mogelijkheid biedt om, in gevallen waarin toepassing van de regeling – gegeven de doelstelling en de strekking daarvan – een onbillijkheid van overwegende aard zou opleveren, een onderdeel van de regeling buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken. [2] De staatssecretaris heeft daarbij een zekere vrijheid om te beoordelen of de door eiseres aangevoerde omstandigheden het toepassen van de hardheidsclausule vereisen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres zelf verantwoordelijk is voor het tijdig indienen van een aanvraag. Bij e-mail van 13 maart 2024 is eiseres gewezen op de Regeling SPUK en het voornemen om in april 2024 een vervolg te geven aan deze regeling. Bij e-mail van 15 april 2024 is de link naar het aanvraagformulier toegestuurd. De staatssecretaris mag verwijzen naar een website voor meer informatie. Van eiseres mag worden verwacht dat zij hierop anticipeert. Het indieningstijdvak met een einddatum van 30 april 2024 was in dit geval voor alle gemeenten gelijk en was niet onredelijk kort. Daar komt bij dat niet de strikte toepassing van de indieningstermijn heeft geleid tot het volledig vervallen van het recht op een uitkering voor het jaar 2024, maar de late indiening van de aanvraag door eiseres. Het lag daarnaast op de weg van eiseres om bij afwezigheid van de aangewezen ambtenaar een vervanger aan te wijzen, die indien nodig tijdig een (voorlopige) aanvraag kon indienen. Dat eiseres heeft verzuimd om tijdig een aanvraag in te dienen, dient daarom voor haar rekening en risico te blijven. Het standpunt van eiseres, dat toekenning van de aanvraag geen invloed heeft op belangen van derden, maakt het voorgaande niet anders. Van disproportionaliteit of een onbillijkheid van overwegende aard is niet gebleken. De staatssecretaris heeft daarom geen aanleiding hoeven zien voor toepassing van de hardheidsclausule.
Evenredigheidsbeginsel
8.3.
Vervolgens stelt eiseres dat sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel,
omdat de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
8.4.
Het is aan de staatssecretaris om de betrokken belangen af te wegen bij zijn besluit om eiseres geen uitkering op grond van de Regeling SPUK voor het jaar 2024 toe te kennen. De rechtbank toetst of de (uitkomst van de) belangenafweging die ten grondslag ligt aan dat besluit onevenredig is in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen (artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). In het verlengde van de tegen het besluit aangevoerde beroepsgronden zal worden beoordeeld of en zo ja op welke wijze de geschiktheid, de noodzakelijkheid en de evenwichtigheid van het besluit bij de toetsing moeten worden betrokken. De intensiteit van de toetsing wordt bepaald door onder meer de aard van de uitgeoefende bestuursbevoegdheid, de aard en het gewicht van de met bij het besluit betrokken belangen en de ingrijpendheid van het besluit en de mate waarin het besluit fundamentele rechten van de belanghebbende aantast. Naarmate de aangetaste belangen zwaarder wegen, de nadelige gevolgen van het besluit ernstiger zijn of het besluit een grotere inbreuk maakt op fundamentele rechten zal de toetsing intensiever kunnen zijn. [3]
Geschikt en noodzakelijk
8.5.
De staatssecretaris heeft toegelicht dat de Regeling SPUK een uitkeringsplafond en een verdeelsystematiek kent ten aanzien van de gemeenten die een aanvraag hebben ingediend. In beginsel kunnen gemeenten het maximale bedrag aanvragen dat in de bijlage per gemeente is genoemd. Als na verwerking van de aanvragen het uitkeringsplafond niet is bereikt, biedt de Regeling SPUK de mogelijkheid voor het aanvragen van extra middelen voor incidentele projecten. Op die manier wordt het resterende bedrag in de Regeling SPUK herverdeeld en komt dit nog in het lopende jaar ten goede aan de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat het gebruik van een indieningstijdvak bij de uitvoering van de Regeling SPUK een geschikt en noodzakelijk middel is in het belang van een snelle inwerkingtreding en een werkbare en consistente uitvoeringspraktijk in het al lopende jaar waarvoor de uitkering is bedoeld.
Evenwichtig
8.6.
De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd dat in de bijlage bij de Regeling SPUK weliswaar middelen per gemeente genoemd zijn, maar dat daar pas aanspraak op kan worden gemaakt met het tijdig indienen van een aanvraag. Vanaf 2020 eindigde het indieningstijdvak in maart van het lopende jaar. In 2024 was dit anders. De staatssecretaris heeft daarom een mailing toegestuurd om de gemeenten hiervan in kennis te stellen en te wijzen op informatie op een website. Daarnaast zijn webinars gehouden. Eiseres heeft op zitting verklaard dat zij in de voorgaande jaren steeds eind februari een aanvraag met een volledige financiële onderbouwing heeft ingediend. In 2024 hoefde volgens eiseres enkel een eenvoudig formulier te worden ingediend om aanspraak te maken op het in de bijlage van de Regeling SPUK genoemde bedrag. Dat eiseres onvoldoende alert heeft gereageerd op de toegestuurde informatie en gewoonweg vergeten is tijdig een aanvraag in te dienen, is een omstandigheid die volledig te wijten is aan eiseres. Hierbij betrekt de rechtbank dat eiseres tijdens de hoorzitting heeft aangegeven dat zij in 2024 een begrotingsoverschot had van € 802.775,-. Eiseres kon daaruit de gemiste inkomsten vanuit de Regeling SPUK financieren. Op zitting heeft eiseres erkend dat een deel van het begrotingsoverschot als zodanig is gebruikt. Dit betekent dat eiseres niet in de financiële problemen is gekomen door het niet ontvangen van de uitkering op grond van de Regeling SPUK. Uit het voorgaande is dus niet gebleken dat het besluit onevenwichtig is.
8.7.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht de aanvraag van eiseres heeft afgewezen, omdat deze buiten de in de Regeling SPUK neergelegde aanvraagtermijn is ingediend. De staatssecretaris heeft in de door eiseres aangegeven omstandigheden ook geen aanleiding hoeven zien toepassing te geven aan de hardheidsclausule of de aanvraagtermijn op basis van het evenredigheidsbeginsel buiten toepassing te laten.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit stand houdt.
9.1.
Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard, krijgt eiseres geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiseres het griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 23 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht(Awb)
Artikel 3:4
1. Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.
2. De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Regeling specifieke uitkering stimulering sport 2024-2025 (Regeling SPUK)
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel 3
De minister kan jaarlijks aan een gemeente een uitkering vertrekken voor de bestedingen in een kalenderjaar in verband met activiteiten in het kader van sport.
Artikel 5
1. De uitkering per ontvanger bedraagt bij de verlening ten hoogste het bedrag zoals vermeld in de verdeelsleutel in bijlage 1.
2. De uitkering per ontvanger bedraagt bij de vaststelling ten hoogste 18% van de in aanmerking komende bestedingen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van enig kalenderjaar.
Artikel 7
1. Een uitkering wordt op aanvraag verstrekt.
2. De aanvraag tot verlening van een uitkering voor kalenderjaar 2024 kan worden ingediend van 1 april 2024 tot en met 30 april 2024. (…)
3. Voor de aanvraag tot verlening van de uitkering wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
Artikel 14
De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 15
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant en vervalt met ingang van 1 september 2026.
Bijlage 1
als bedoeld in artikel 5, eerste lid
Gemeente Schouwen-Duiveland Voorschot 2024: € 185.218.

Voetnoten

1.De datum van de e-mail waarmee de link voor het downloaden van het aanvraagformulier is verstuurd aan eiseres.
2.Artikel 14 van Pro de Regeling SPUK.
3.Zie onder andere de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1153.