Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de Dienst Toeslagen op zijn aanvraag, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak een termijn van zes weken had gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen.
De rechtbank overweegt dat eiser geen ingebrekestelling hoefde te sturen vanwege de eerdere rechterlijke termijnstelling. Echter, verweerder heeft na het instellen van het beroep alsnog op 12 augustus 2025 een besluit genomen, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van een actueel procesbelang.
Omdat eiser het niet eens is met het alsnog genomen besluit, verwijst de rechtbank het beroep naar verweerder om het te behandelen als een bezwaarschrift. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €53,- aan eiser, aangezien het besluit na het instellen van het beroep is genomen. Proceskosten worden niet toegekend.