Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2741

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
25/4921
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • S. Hindriks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:2 AwbArt. 4:5 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling buitenbehandelingstelling aanvraag legalisatie dakkapel en gestapeld wonen

Eiseres diende een aanvraag in voor de legalisatie van een dakkapel en gestapeld wonen aan een adres in Tilburg. Het college stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat essentiële documenten ontbraken die nodig waren om de aanvraag inhoudelijk te beoordelen, ondanks herhaald verzoek om aanvullende stukken.

Eiseres voerde aan dat het college onterecht aanvullende informatie vroeg en dat dit in strijd was met gemaakte afspraken en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De rechtbank oordeelde dat het college op grond van de Algemene wet bestuursrecht bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen, omdat zonder de gevraagde documenten geen inhoudelijke beoordeling mogelijk was.

De rechtbank stelde vast dat eiseres niet duidelijkheid had gevraagd over de gevraagde stukken en dat zij de bewijslast droeg voor haar beroep op het overgangsrecht. Omdat eiseres niet de gevraagde documenten aanleverde en ook geen tekeningen van de huidige situatie overhandigde, mocht het college de aanvraag buiten behandeling stellen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het griffierecht bleef voor rekening van eiseres.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het college de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4921

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.M. de Jong),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, het college.

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van het college om haar aanvraag buiten behandeling te laten. Eiseres is het daar niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college de aanvraag op goede gronden buiten behandeling heeft gesteld.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag van eiseres buiten behandeling heeft kunnen laten. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend ter legalisatie van een dakkapel en gestapeld wonen aan de [adres] in [woonplaats] (het adres). Het college heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld. Met het bestreden besluit van 26 augustus 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door haar gemachtigde, en mr. R.S. Vonk en mr. M.A. Wouters namens het college.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres heeft op 21 augustus 2020 een aanvraag ingediend voor het gedeeltelijk vervangen van een dakkapel aan het adres. Het college heeft deze vergunning bij besluit van 10 september 2020 verleend. Bij besluit van 2 augustus 2021 heeft het college de vergunning herroepen en alsnog geweigerd.
3.1.
Op 13 december 2023 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) het hoger beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard. [1] Uit de uitspraak van de Afdeling blijkt dat het college bij de behandeling van het hoger beroep heeft toegezegd dat eiseres een nieuwe aanvraag kan doen met een beroep op het overgangsrecht, waarna het college die aanvraag inhoudelijk zal beoordelen.
3.2.
Op 28 maart 2024 hebben toezichthouders van de gemeente Tilburg geconstateerd dat op het adres sprake was van gestapeld wonen zonder dat daarvoor een vergunning is verleend. Bij brief van 23 mei 2024 heeft het team Toezicht en handhaving eiseres gewaarschuwd over deze overtreding en opgedragen deze te beëindigen.
3.3.
Eiseres heeft op 5 september 2024 een nieuwe aanvraag ingediend ter legalisatie van de dakkapel aan het adres. Deze aanvraag heeft ook betrekking op een vergunning ter legalisatie van gestapeld wonen aan het adres.
3.4.
Op 10 september 2024 heeft het college eiseres verzocht om aanvullende stukken in te dienen om de aanvraag te kunnen beoordelen. Het college heeft verzocht om de aanvraag met de volgende documenten aan te vullen:
  • een Impactscan volgens de Richtlijn Omgevingsdialoog;
  • tekeningen, plattegronden en doorsneden van de bestaande en nieuwe toestand;
  • een situatietekening van de bestaande en nieuwe toestand.
3.5.
Met het besluit van 3 december 2024 (primaire besluit) heeft het college besloten de aanvraag buiten behandeling te stellen, vanwege het ontbreken van stukken die volgens het college noodzakelijk zijn om de aanvraag, met inachtneming van het beroep op het overgangsrecht, inhoudelijk te kunnen beoordelen.
3.6.
Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
3.7.
Op 24 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden bij de commissie voor de bezwaarschriften. Uit het verslag van de hoorzitting blijkt dat volgens het college de opgevraagde stukken ook steeds voorzien moeten zijn van een datum, zodat het college het beroep op het overgangsrecht daarmee kan beoordelen.
3.8.
Met het bestreden besluit van 26 augustus 2025 is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Het college heeft het primaire besluit in stand gelaten, onder aanvulling van de motivering.

Beroepsgronden

4. Eiseres stelt dat het verzoek van het college om aanvullende informatie om de aanvraag te kunnen beoordelen niet voortvloeit uit de wet en/of de regels zoals gesteld in de (voormalige) bestemmingsplannen en in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Volgens eiseres stelt het college zich ten onrechte op het standpunt dat een concreet moment moet worden aangewezen waarop het gestapeld wonen is gestart of is vergund of anderszins is gemeld. Bovendien meent eiseres dat het college met dit verzoek handelt in strijd met de afspraak zoals die is gemaakt tijdens de zitting bij de Afdeling. Volgens eiseres moet het college op basis van deze afspraak enkel beoordelen of sprake is van overgangsrecht ten aanzien van het gestapeld wonen. Hiervoor is volgens eiseres de verzochte informatie niet noodzakelijk. Tot slot voert eiseres aan dat het college niet duidelijk heeft gecommuniceerd over de stukken die nodig zijn om het beroep op het overgangsrecht te kunnen beoordelen.

Beoordeling door de rechtbank

Omvang van het geding
5. Het geschil dat aan de rechtbank is voorgelegd beperkt zich tot de vraag of de aanvraag van eiseres al dan niet terecht buiten behandeling is gesteld. Omdat het beroep zich hiertoe beperkt, komt de rechtbank niet toe aan het achterliggende geschil, namelijk de vraag of het college de aangevraagde omgevingsvergunningen had moeten verlenen op grond van het overgangsrecht.
Heeft het college de aanvraag in redelijkheid buiten behandeling kunnen stellen?
6. Uit artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat het college kan besluiten de aanvraag niet te behandelen als de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad om de aanvraag binnen een door het college gestelde termijn aan te vullen. Gelet op artikel 4:2, tweede lid, van de Awb, gaat het daarbij om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Het ontbreken van de gegevens of bescheiden kan alleen leiden tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag, als het college zonder deze gegevens of bescheiden geen inhoudelijke beslissing kan nemen. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat het aan het college is om te beoordelen of het over voldoende gegevens en bescheiden beschikt om een besluit op een aanvraag te nemen. [2] Op grond van het voorgaande wordt eiseres niet gevolgd in haar stelling dat het verzoek van het college om aanvullende gegevens aan te leveren niet berust op een wettelijke grondslag.
6.1.
De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat het college niet duidelijk heeft gecommuniceerd over de stukken die het nodig had om de aanvraag inhoudelijk te kunnen beoordelen. De rechtbank stelt vast dat het college in de (bijlage bij de) brief van 10 september 2024 heeft toegelicht welke gegevens het nodig had voor het beoordelen van de aanvraag van eiseres. In de brief heeft het college eiseres gewaarschuwd dat de aanvraag buiten behandeling kan worden gesteld als niet wordt voldaan aan het verzoek, omdat het zonder deze documenten geen inhoudelijke beoordeling kon maken. Als voor eiseres niet duidelijk was wat het college van haar verwachtte, had het op haar weg gelegen om het college om een nadere toelichting te vragen.
6.2.
Niet in geschil is dat eiseres de aanvullende gegevens niet heeft aangeleverd. Ter zitting is met het college besproken welke gegevens volgens hem in het bijzonder ontbreken om de aanvraag te kunnen beoordelen. Uit de toelichting van het college blijkt dat het hierbij vooral gaat om tekeningen en plattegronden van de woning die een beeld geven van de situatie voordat het gestapeld wonen is aangevangen en van de situatie zoals die sindsdien geldt (inclusief eventuele tussentijdse veranderingen). Eiseres heeft toegelicht dat het voor haar niet mogelijk is om de gevraagde documenten aan te leveren, omdat al sprake was van gestapelde bewoning op het moment dat zij het huis in eigendom kreeg. De bewijslast – en dus ook het bewijsrisico – van haar beroep op het overgangsrecht rust op grond van vaste rechtspraak [3] echter wel op eiseres. Daarbij acht de rechtbank ook van belang dat het college ter zitting heeft benadrukt dat eiseres er ook niet voor gekozen heeft om dan ten minste tekeningen of plattegronden aan te leveren die betrekking hebben op de huidige situatie, terwijl ze daarover wel zou kunnen beschikken. Eiseres heeft dit niet weersproken en heeft ter zitting verklaard de kosten voor het opstellen van deze documenten niet te willen dragen. De rechtbank is van oordeel dat de gevolgen van deze keuze voor haar eigen rekening en risico komen.
6.3.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het college de aanvraag van eiseres conform artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb buiten behandeling mocht stellen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit van het college om de aanvraag buiten behandeling te laten in stand blijft. Omdat het beroep ongegrond is, krijgt eiseres het griffierecht niet terug.
7.1.
Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Hindriks, rechter, in aanwezigheid van mr. A. van Breugel, griffier, op 9 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht
Artikel 4:2
1. De aanvraag wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de naam en het adres van de aanvrager;
b. de dagtekening;
c. een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd.
2. De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
Artikel 4:5
1. Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien:
a. de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag, of
b. de aanvraag geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 2:15, of
c. de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking,
mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.
(…)

Voetnoten

1.ABRvS 13 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4631.
2.Zie bijvoorbeeld ABRvS 9 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3066.
3.Zie bijvoorbeeld ABRvS 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1745.