Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de integrale herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2008 tot en met 2010. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist. Eiser stelde verweerder in november 2025 in gebreke, waarna de rechtbank het beroep op 9 april 2026 behandelde.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn van verweerder inmiddels is verstreken en dat verweerder binnen twee weken na de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslissing uitblijft.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat het beroep kennelijk gegrond is. De rechtbank sluit aan bij een recente lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreffende beslistermijnen in soortgelijke zaken.