ECLI:NL:RBZWB:2026:2806

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
11551167 MB VERZ 25-277
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a Wahv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens onvoldoende bewijs plaatsing bebording

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden van 9 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op de Beneluxweg te Oosterhout op 3 september 2023. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de overtreding heeft plaatsgevonden, mede omdat de schouwrapporten niet in orde waren en daardoor niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat de betreffende bebording was geplaatst. Hierdoor is de boete ten onrechte opgelegd.

De kantonrechter vernietigde de beschikking en de beslissing van de officier van justitie, en beval terugbetaling van het betaalde bedrag aan zekerheid. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene, berekend conform het toepasselijke vermenigvuldigingsfactorbeleid.

De uitspraak werd gedaan op 10 februari 2026 door kantonrechter M. Breeman en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van de overtreding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11551167 \ MB VERZ 25-277
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 10 februari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. B. de Jong (Adviesbureau Skandara B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 februari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. S.E.F. Heling (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is verschenen [naam]. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 9 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Beneluxweg te Oosterhout op 3 september 2023 om 14.49 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de doorzendtermijn is overschreden en dat het sanctiebedrag onder de appelgrens ligt. Gemachtigde verzoekt conform het vernietigingsbeleid van het Openbaar Ministerie tot vernietiging van de sanctiebeschikking over te gaan.
Gemachtigde verzoekt om proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren, omdat de schouwrapporten ten tijde van de gedraging niet in orde waren.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat, zoals door de zittingsvertegenwoordiger is aangegeven, de schouwrapporten niet in orde waren en daarom niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de betreffende bebording was geplaatst. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskosten
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. De beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep is van na 31 december 2023. Daarom is voor de fase bij de kantonrechter de vermenigvuldigingsfactor 0,25 van artikel 13a, lid 2, Wahv van toepassing (ECLI:NL:HR:2025:985). De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 666,- = € 333,00
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 934,- = € 467,00
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 934,- =
€ 467,00
€ 934,00
vermenigvuldigingsfactor x 0,25 =
€ 233,50
€ 566,50

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 81,-, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 566,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: