ECLI:NL:RBZWB:2026:2841
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit omzetting WGA-uitkering wegens onvoldoende motivering urenbeperking
Eiser maakte bezwaar tegen de omzetting van zijn loongerelateerde WGA-uitkering naar een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 43,88%. De rechtbank stelde in een tussenuitspraak vast dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom geen urenbeperking werd aangenomen, mede gelet op het door eiser overgelegde rapport van een verzekeringsarts.
Het UWV diende een aanvullend rapport in, waarin werd toegelicht dat ondanks de PTSS van eiser geen medische grond bestaat voor een urenbeperking, omdat zijn beperkingen in fysieke, mentale en sociale belastbaarheid toereikend zijn en er geen sprake is van langdurige rustbehoefte. Eiser voerde aan dat zijn klachten en prikkels in de werkomgeving onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het aanvullende rapport van het UWV het gebrek in het bestreden besluit heeft hersteld en dat de motivering nu voldoende is. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht, proceskosten en een deel van de deskundigenkosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.