Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2949

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
02-172962-21
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 311 lid 1 SrArt. 312 lid 1 SrArt. 45 lid 1 SrArt. 48 lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs woningoverval en huisvredebreuk

Op 29 juni 2021 werd verdachte samen met een medeverdachte gezien bij de woning van de aangever. De deur werd geopend, waarna verdachte en medeverdachte wegrenden. De rechtbank kon niet vaststellen wat de reden was van hun aanwezigheid, wie de deur opende en wat er precies bij de deur gebeurde.

De officier van justitie achtte het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en vorderde vrijspraak. De verdediging was het hiermee eens. De rechtbank sprak verdachte vrij van zowel de poging tot woningoverval als de subsidiaire huisvredebreuk.

Het inbeslaggenomen mes werd onttrokken aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering omdat verdachte werd vrijgesproken. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van poging woningoverval en huisvredebreuk.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-172962-21
Vonnis van de meervoudige kamer van 14 april 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1986,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
verblijvende op het [adres 1] ,
raadsman mr. P.P. van Rhijn, advocaat te Utrecht.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 31 maart 2026, waarbij de officier van justitie mr. mr. R. in 't Veld en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander heeft geprobeerd aangever in zijn woning te overvallen waarbij tijdens de vlucht in de richting van aangever is geschoten of, als dat niet bewezen kan worden, dat hij samen met een ander huisvredebreuk heeft gepleegd

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij integrale vrijspraak heeft gevorderd van dit feit.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is eveneens van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
Vaststaat dat verdachte samen met de medeverdachte op 29 juni 2021 in de ochtend aan de deur is geweest bij de woning van aangever. Op enig moment is de deur geopend. Nadat aangever verdachte en medeverdachte zag, zijn zij weggerend.
De rechtbank kan niet vaststellen wat de reden was dat verdachte en medeverdachte bij de woning aanwezig waren, wie de deur heeft geopend en wat zich bij de deur heeft afgespeeld. Gelet hierop bevat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het primair ten laste gelegde feit, zodat de rechtbank verdachte daarvan zal vrijspreken.
Nu uit de bewijsmiddelen evenmin voldoende onomstotelijk blijkt dat verdachten daadwerkelijk
inde woning van aangever zijn geweest zal de rechtbank verdachte eveneens vrijspreken van het subsidiair tenlastegelegde.

5.Het beslag

De onttrekking aan het verkeer
Het inbeslaggenomen voorwerp wordt onttrokken aan het verkeer. Het voorwerp is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om dat voorwerp te onttrekken aan het verkeer, omdat
het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

6.De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [aangever] vordert een schadevergoeding van € 2.197,- wegens het tenlastegelegde.
Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.
De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

7.Beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit;
Beslag
- verklaart aan het verkeer onttrokken het volgende voorwerp:
1. STK mes, omschrijving G2349446;
Benadeelde partij
- verklaart de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij [aangever] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.
Voorlopige hechtenis
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.M. Fleskens, voorzitter,
en mr. D.S.G. Froger-Zeeuwen en J.F.C. Janssen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.J. Moggré-Hengst, griffier,
en is uitgesproken ter de openbare zitting op 14 april 2026.
De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 29 juni 2021 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een of meer goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten door onrechtmatig gebruik te maken van een sleutel, in elk geval een voorwerp, waarmee verdachte en/of zijn mededader(s) de deur van de woning hebben kunnen openen,
met dat opzet de (voor)deur van de woning, toehorende aan [aangever] , te openen en/of de woning te betreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door een of meerdere keren met een (luchtdruk)wapen in de richting van die [aangever] te schieten;
( art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 48 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling
mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 29 juni 2021 te [plaats], tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de woning (gelegen aan [adres 2] ) bij een ander, te weten bij [aangever] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen;
( art 138 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )