ECLI:NL:RBZWB:2026:302

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/2540
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 lid 1 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 AwbArt. 22j Algemene wet inzake rijksbelastingen
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar belastingrente aanslag vennootschapsbelasting

Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak van de inspecteur die het bezwaar tegen de beschikking belastingrente bij de aanslag vennootschapsbelasting 2023 niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens te late indiening.

De rechtbank oordeelt dat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend, aangezien de bezwaartermijn van zes weken, die begon te lopen op 15 september 2024, is verstreken toen het bezwaar op 3 december 2024 werd ontvangen. De door belanghebbende aangevoerde redenen, waaronder een latere relevante uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, bieden geen verontschuldiging voor de termijnoverschrijding.

De rechtbank benadrukt dat een wijziging in juridisch inzicht na het verstrijken van de termijn geen grond is om de termijnoverschrijding alsnog te verontschuldigen. Ook de verwijzing naar de massaal bezwaarprocedure verandert hier niets aan, omdat het bezwaarschrift individueel en te laat is ingediend.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.H.W. Steijn en griffier R.P.A.G. Dekkers op 23 januari 2026.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet tijdig is ingediend en terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/2540

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V., uit [plaats], belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde]),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 12 april 2025. Het beroep ziet op de beschikking belastingrente bij de aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2023 met aanslagnummer [BSN].V.36.0112.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. De rechtbank komt tot het oordeel dat het bezwaar te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De inspecteur heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. [1] Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet of van de voor bezwaar vatbare beschikking. [2] Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop dat aanslagbiljet of die beschikking is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending. Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. [3]
3.1.
Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaan niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. [4]
Is het bezwaarschrift te laat ingediend?
4. Vast staat dat de dagtekening van de aanslag 14 september 2024 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde dus op
27 oktober 2024.
4.1.
Belanghebbende heeft het bezwaarschrift per post verstuurd. Het bezwaarschrift is bij de inspecteur ontvangen op 3 december 2024. Het bezwaarschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft hiervoor de volgende reden gegeven. Belanghebbende is zich ervan bewust dat de bezwaartermijn is verstreken, maar heeft het bezwaar na de bezwaartermijn ingediend omdat een relevante uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland [5] over belastingrente ook na deze termijn heeft plaatsgevonden. Dat is geen verontschuldiging voor dit verzuim.
5.1.
Ingeval een belanghebbende wel in staat is geweest om binnen de wettelijke termijn bezwaar te maken, zoals hier het geval, maar dat niet heeft gedaan omdat hij daartoe toentertijd geen reden had, kan een nadien opgekomen reden, zoals een wijziging in juridisch inzicht, niet bewerkstelligen dat een inmiddels niet-verschoonbare termijnoverschrijding alsnog verschoonbaar wordt. [6] De inspecteur heeft dan ook terecht geconcludeerd dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
5.2.
Voor zover belanghebbende bedoelt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is op grond van een onjuiste beoordeling voor de deelname aan de massaal bezwaarprocedure, constateert de rechtbank dat een te laat ingediend bezwaarschrift is afgesplitst van het massaal bezwaar. [7] De inspecteur beslist bij individuele uitspraak op bezwaren die de rechtsvraag van het massaal bezwaar betreffen, maar niet tijdig zijn ingediend. Bij deze individuele uitspraak zijn de regels van de Awb van toepassing.

Conclusie en gevolgen

6. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 23 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:7 van Pro de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
3.Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
4.Dit volgt uit artikel 6:11 van Pro de Awb.
5.Uitspraak rechtbank Noord-Nederland 7 november 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:4361
6.Vgl. Hoge Raad 28 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW4062, Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1368.
7.Dit staat in artikel 25f lid 1 sub b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen