Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] B.V., uit [plaats], belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
27 oktober 2024.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak van de inspecteur die het bezwaar tegen de beschikking belastingrente bij de aanslag vennootschapsbelasting 2023 niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens te late indiening.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend, aangezien de bezwaartermijn van zes weken, die begon te lopen op 15 september 2024, is verstreken toen het bezwaar op 3 december 2024 werd ontvangen. De door belanghebbende aangevoerde redenen, waaronder een latere relevante uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, bieden geen verontschuldiging voor de termijnoverschrijding.
De rechtbank benadrukt dat een wijziging in juridisch inzicht na het verstrijken van de termijn geen grond is om de termijnoverschrijding alsnog te verontschuldigen. Ook de verwijzing naar de massaal bezwaarprocedure verandert hier niets aan, omdat het bezwaarschrift individueel en te laat is ingediend.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.H.W. Steijn en griffier R.P.A.G. Dekkers op 23 januari 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet tijdig is ingediend en terecht niet-ontvankelijk is verklaard.