Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3021

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
11646144 CV EXPL 25-1697 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van ‘t Nedereind
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:408 BWArt. 6:248 lid 1 BWArt. 6:248 lid 2 BWArt. 6:96 BWRome I-Verordening nr. 593/2008
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling onbetaalde fee en afwijzing schadevergoeding na beëindiging samenwerkingsovereenkomst

Partijen hadden een samenwerkingsovereenkomst waarbij de opdrachtnemer rijbewijskeuringen verrichtte voor de opdrachtgever, Regelzorg B.V., en een fee verschuldigd was. Regelzorg zegde de overeenkomst op met een opzegtermijn van twee maanden wegens ontevredenheid over het gebruik van de agenda. De opdrachtnemer betaalde de facturen niet en beriep zich op opschorting ter verrekening met schade wegens een te korte opzegtermijn en onrechtmatige beëindiging.

De kantonrechter oordeelde dat de overeenkomst een duurovereenkomst van opdracht betrof die te allen tijde opzegbaar is, en dat de gehanteerde opzegtermijn van twee maanden redelijk was. Er was geen sprake van een exclusieve relatie en de opdrachtnemer had ook andere werkzaamheden. Het beroep op aanvullende eisen van redelijkheid en billijkheid en op discriminatie slaagde niet, omdat onvoldoende was onderbouwd dat sprake was van gelijke omstandigheden.

De vordering van Regelzorg tot betaling van de onbetaalde fee en buitengerechtelijke incassokosten werd toegewezen. De reconventionele vordering van de opdrachtnemer tot schadevergoeding wegens onterechte opzegging werd afgewezen. De opdrachtnemer werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de opdrachtnemer tot betaling van de onbetaalde fee en incassokosten en wijst de vordering tot schadevergoeding af.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11646144 \ CV EXPL 25-1697
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid REGELZORG B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Heemskerk,
eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Regelzorg,
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarders [gerechtsdeurwaarder 1] , [gerechtsdeurwaarder 2] en [gerechtsdeurwaarder 3] ,
tegen
[persoon],
handelend onder de naam [bedrijf] ,
wonende te [plaats] , (België),
gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [persoon] ,
gemachtigde: mr. M. Simons.

1.De zaak in het kort

In deze zaak gaat het om een samenwerkingsovereenkomst tussen partijen op grond waarvan [persoon] rijbewijskeuringen verricht voor Regelzorg en [persoon] een fee verschuldigd is aan Regelzorg. Regelzorg vordert in conventie betaling van [persoon] van nog door hem verschuldigde fee. [persoon] beroept zich op opschorting ter verrekening met schade omdat Regelzorg bij opzegging van de overeenkomst in strijd met de redelijkheid en billijkheid zou hebben gehandeld dan wel onrechtmatig zou hebben gehandeld. In reconventie vordert [persoon] schadevergoeding wegens de volgens hem onterechte wijze van opzegging van de overeenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat het beroep van [persoon] in conventie op opschorting ter verrekening met schade niet slaagt. De vordering in conventie zal daarom worden toegewezen en de in reconventie gevorderde schade zal worden afgewezen. Hierna zal worden uitgelegd waarom.

2.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 21 februari 2025 met producties en betekeningsstukken;
- de conclusie van antwoord in conventie met producties, tevens conclusie van eis in reconventie;
- de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie;
- de conclusie van dupliek in conventie met producties, tevens conclusie van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie.

3.De feiten

3.1.
Regelzorg is een onderneming die medische keuringen regelt, inplant en laat uitvoeren. Voor het uitvoeren van rijbewijskeuringen werkt Regelzorg samen met zelfstandige keuringsartsen.
3.2.
[persoon] is een zelfstandig werkend arts en heeft zich via een interesseformulier aangemeld bij Regelzorg als keuringsarts. [persoon] is vanaf 24 april 2019 gaan samenwerken met Regelzorg en [persoon] zette daarvoor tijdsblokken in de agenda van Regelzorg open waarop afspraken konden worden ingepland.
3.3.
[persoon] diende per uitgevoerde keuring in naam van Regelzorg aan Regelzorg een vergoeding (fee) te betalen. Regelzorg stuurde voor door [persoon] verrichte keuringen een zogenaamde self-billing factuur aan [persoon] die Regelzorg voldeed. Daarnaast stuurde Regelzorg een factuur aan [persoon] voor de door hem verschuldigde fee voor die keuringen.
3.4.
[persoon] verrichtte naast werkzaamheden voor Regelzorg ook keuringen via de eigen ontwikkelde website www.keurigonderweg.nl (hierna: Keurig Onderweg) waarop klanten een afspraak konden maken.
3.5.
Bij e-mail van 30 oktober 2023 heeft Regelzorg aan [persoon] medegedeeld de samenwerking met een opzegtermijn van twee maanden, per 1 januari 2024, te beëindigen wegens ontevredenheid over de wijze waarop [persoon] de agenda van Regelzorg zou gebruiken.
3.6.
[persoon] heeft Regelzorg na de opzegging verzocht om een langere termijn van beëindiging. Regelzorg heeft daar niet aan mee willen werken omdat zij geen vertrouwen meer had in de samenwerking.
3.7.
Regelzorg heeft in de periode van 1 september 2023 tot en met 1 februari 2024 facturen aan [persoon] gestuurd aan fee voor keuringen verricht in de periode juli 2023 tot en met december 2023 van totaal € 4.049,17.
3.8.
[persoon] heeft de facturen ondanks aanmaningen van Regelzorg en haar gemachtigde onbetaald gelaten. [persoon] heeft als reactie op de aanmaningen medegedeeld vanwege de te korte opzegperiode geen inkomsten te hebben waardoor hij de facturen (nog) niet kan betalen.
3.9.
Op 25 september 2024 heeft [persoon] een factuur aan Regelzorg gezonden voor schade wegens beëindiging van de overeenkomst (die volgens [persoon] abrupt was) voor een bedrag van € 7.250,00 exclusief btw. Regelzorg heeft die factuur niet betaald.

4.Het geschil in conventie

4.1.
Regelzorg vordert dat [persoon] wordt veroordeeld om aan haar te betalen het bedrag van € 4.579,09 met veroordeling van [persoon] in de kosten van de procedure.
4.2.
Regelzorg legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Op grond van de samenwerkingsovereenkomst is [persoon] voor de keuringen die hij voor Regelzorg heeft verricht een fee verschuldigd. Regelzorg heeft die fee in rekening gebracht in de periode van 1 september 2023 tot en met 1 februari 2024 voor een totaalbedrag van € 4.049,17. [persoon] heeft dit bedrag ondanks aanmaningen onbetaald gelaten. Daarom is [persoon] aan buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 529,92 verschuldigd.
4.3.
[persoon] voert verweer. [persoon] vindt dat de vordering van Regelzorg moet worden afgewezen en wil dat Regelzorg in de proceskosten wordt veroordeeld.
4.4.
[persoon] voert als verweer het volgende aan. [persoon] heeft zijn verplichting tot betaling van de facturen opgeschort in afwachting van verrekening met geleden schade. Regelzorg heeft de duurovereenkomst namelijk onterecht en op discriminerende wijze opgezegd met een te korte opzegtermijn. Daardoor is bij beëindiging van de samenwerking in strijd gehandeld met de redelijkheid en billijkheid. Subsidiair is sprake van een onrechtmatige daad van Regelzorg. Regelzorg had een opzegtermijn van vier maanden moeten hanteren in plaats van twee maanden. De schade bestaat uit misgelopen omzet over een periode van twee maanden en kosten voor het vinden van vervangend werk van totaal € 7.250,00 exclusief btw.

5.Het geschil in reconventie

5.1.
[persoon] vordert dat Regelzorg wordt veroordeeld om aan hem te betalen een bedrag van € 7.250,00 dan wel een door de kantonrechter te bepalen bedrag binnen 14 dagen na het vonnis en met veroordeling van Regelzorg in de kosten van de procedure.
5.2.
Regelzorg voert verweer.
5.3.
Op de stellingen van partijen, zal hierna voor zover van belang nader worden ingegaan.

6.De beoordeling in conventie en in reconventie

Bevoegdheid en toepasselijk recht6.1. Op grond van hetgeen in het vonnis in het incident van 9 juli 2025 is overwogen, acht de kantonrechter zich in conventie bevoegd tot kennisname van het geschil. Ten aanzien van de reconventionele vordering is de kantonrechter op grond van artikel 8 lid 3 van Pro de EEX-Vo bevoegd tot kennisname daarvan.
6.2.
De vraag welk recht van toepassing is, wordt beantwoord op basis van Rome I-Verordening (nr. 593/2008, hierna: Rome I). Op grond van artikel 3 van Pro Rome I kunnen partijen op elk moment een rechtskeuze maken. Omdat beide partijen hebben ingestemd met toepassing van Nederlandse recht, zal de kantonrechter ook Nederlands recht toepassen.
Opschorting (ter verrekening met schade)
6.3.
[persoon] erkent de verschuldigdheid van de facturen van Regelzorg van € 4.049,17, maar beroept zich in conventie op opschorting in afwachting van verrekening met schade. Om te beoordelen of [persoon] een beroep op opschorting en verrekening met schade toekomt, dient eerst te worden vastgesteld of Regelzorg tekort is geschoten bij opzegging van de overeenkomst.
Opzegging van de overeenkomst
6.4.
Partijen zijn het erover eens dat de gesloten samenwerkingsovereenkomst te beschouwen is als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Deze duurovereenkomst dient naar het oordeel van de kantonrechter gekwalificeerd te worden als een overeenkomst van opdracht.
6.5.
De overeenkomst is mondeling aangegaan en daarbij zijn partijen geen opzegtermijn overeengekomen. Wel volgt uit artikel 7:408 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) dat de opdrachtgever een overeenkomst van opdracht in beginsel ‘te allen tijde’ kan opzeggen.
6.6.
De Hoge Raad heeft in het arrest van 2 februari 2018 (ECLI:NL:HR:2018:141 (Goglio/SMQ) als volgt overwogen bij opzegging van duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd met een wettelijke bepaling over opzegging:
3.6.3.
.
Ook als de wet of een duurovereenkomst wel voorziet in een regeling van de opzegging, kunnen, indien de wet en hetgeen tussen partijen is overeengekomen daarvoor ruimte laten, de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval op grond van art. 6:248 lid 1 BW Pro meebrengen dat aan de opzegging nadere eisen gesteld worden.
3.6.4.
Een beroep op een uit de wet of een overeenkomst voortvloeiende bevoegdheid om de overeenkomst op te zeggen kan op grond van art. 6:248 lid 2 BW Pro onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn (vgl. HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1134, NJ 2016/450, rov. 4.4.2.).
Aanvullende werking redelijkheid en billijkheid
6.7.
[persoon] voert aan dat de overeenkomst zonder deugdelijke grond is geëindigd en er geen redelijke opzegtermijn in acht is genomen. [persoon] beroept zich daarmee op de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid.
6.8.
De kantonrechter volgt [persoon] niet in zijn standpunt dat de overeenkomst op grond van de redelijkheidstoets moet worden aangevuld. Daartoe wordt overwogen als volgt.
6.9.
Het eisen van een zwaarwegende grond bij opzegging is in beginsel in strijd met het wettelijke uitgangspunt dat een overeenkomst van opdracht steeds kan worden opgezegd. [persoon] heeft geen omstandigheden gesteld en onderbouwd die maken dat ondanks dat wettelijke uitgangspunt hier toch een zwaarwegende grond voor opzegging door Regelzorg kan worden verlangd.
6.10.
Ten aanzien van de opzegtermijn geldt dat Regelzorg een opzegtermijn van twee maanden heeft gehanteerd, wat naar het oordeel van de kantonrechter een redelijke termijn is waardoor de overeenkomst op dat punt geen aanvulling behoeft. Het stond [persoon] namelijk vrij om keuringen buiten Regelzorg om te doen, wat hij ook deed, waardoor er geen sprake is van een exclusieve relatie. [persoon] voert aan dat hij voor Regelzorg 300 tot 350 keuringen per maand verrichtte tegenover 0 tot 15 keuringen voor Keurig Onderweg. Indien [persoon] daarmee in een afhankelijke positie ten opzichte van Regelzorg verkeerde, dan geldt dat hij die afhankelijk zelf heeft gecreëerd. Partijen hebben namelijk geen afspraken gemaakt over een minimum aantal keuringen of over minimale beschikbaarheid. De door partijen gehanteerde werkwijze bestond eruit dat [persoon] zijn beschikbaarheid aangaf aan Regelzorg en dat Regelzorg daarop afspraken plande voor keuringen. Verder is relevant dat [persoon] de werkzaamheden voor Regelzorg als eigen ondernemer verrichte en daarom zelf de verantwoordelijkheid draagt ten aanzien van de wijze waarop hij zijn bedrijfsvoering inricht. Het enkele feit dat partijen vanaf 2019 samenwerken maakt verder niet dat [persoon] mocht vertrouwen op continuïteit van die samenwerking. [persoon] verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 2 februari 2018 en voert aan dat daaruit volgt dat er per gewerkt jaar een opzegtermijn van één a twee maanden redelijk wordt geacht, maar dit is niet juist en kan niet uit het arrest worden afgeleid.
Beperkende werking redelijkheid en billijkheid
6.11.
[persoon] beroept zich daarnaast op discriminatie en ongelijke behandeling omdat de heer [naam] (hierna: [naam] ), die destijds ook bij Regelzorg werkte, voor Regelzorg zijn werkzaamheden ondanks concurrerende werkzaamheden mocht voortzetten terwijl de overeenkomst met [persoon] om die reden werd beëindigd. De kantonrechter begrijpt dat [persoon] zich daarmee erop beroept dat de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid). Regelzorg betwist echter dat bij [naam] sprake was van dezelfde omstandigheden en [persoon] heeft ondanks die betwisting niet (althans onvoldoende) uitgelegd dat bij hem en [naam] sprake was van gelijke omstandigheden. Het verweer van [persoon] dat de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, wordt daarom afgewezen.
Conclusie
6.12.
Het voorgaande betekent dat Regelzorg de overeenkomst met [persoon] rechtsgeldig heeft opgezegd. De stelling van Regelzorg dat [persoon] wanprestatie heeft gepleegd ten opzichte van haar zal verder in het midden worden gelaten. Wanprestatie is namelijk geen vereiste voor opzegging. Het beroep van [persoon] op onrechtmatig handelen, dat gebaseerd is op hetzelfde feitencomplex als de gestelde opzegging in strijd met de redelijkheid en billijkheid, slaagt ook niet. Dit omdat het Regelzorg vrij stond tot opzegging over te gaan en niet is komen vast te staan dat sprake is van discriminatie of ongelijke behandeling door Regelzorg. De conclusie is daarom dat Regelzorg niet tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst en niet gehouden is om aan [persoon] een schadevergoeding te betalen.
6.13.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is niet vast komen te staan dat [persoon] een vordering heeft op Regelzorg. Hierdoor slaagt het door [persoon] gedane beroep op opschorting (in afwachting van verrekening) niet. De vordering in conventie van € 4.049,17 is daarom toewijsbaar. De reconventionele vordering van [persoon] tot vergoeding van schade zal geheel worden afgewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
6.14.
Regelzorg vordert in conventie vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Regelzorg heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Regelzorg heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 529,92 – die conform het tarief als vermeld in het Besluit zijn – zijn daarom toewijsbaar.
Proceskosten
6.15.
[persoon] is in conventie in het ongelijk gesteld en zal in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De proceskosten van Regelzorg worden begroot op:
- dagvaardingskosten
285,78
(€ 120,78 + € 165,00)
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten x € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.519,78
6.16.
In reconventie zal [persoon] ook als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Vanwege de verwevenheid met de conventie zal een half punt per proceshandeling worden toegekend aan salaris, neerkomend op een bedrag van € 360,00 (2 punten x € 360,00 x 0,5).

7.De beslissing

De kantonrechter
In conventie
7.1.
veroordeelt [persoon] om aan Regelzorg te betalen een bedrag van € 4.579,09,
7.2.
veroordeelt [persoon] in de proceskosten van € 1.519,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [persoon] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
7.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
In reconventie
7.4.
wijst de vordering af;
7.5.
veroordeelt [persoon] in de proceskosten van € 360,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [persoon] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van ‘t Nedereind en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.