ECLI:NL:RBZWB:2026:304
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar belastingrente door termijnoverschrijding
Belanghebbende B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikking belastingrente bij de aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2023. De inspecteur heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van het bezwaarschrift. De rechtbank bevestigt dit oordeel en verklaart het beroep ongegrond.
De dagtekening van de aanslag was 7 september 2024, waardoor de bezwaartermijn op 20 oktober 2024 eindigde. Het bezwaarschrift werd echter pas op 5 december 2024 ontvangen, ruim na de termijn. Belanghebbende voerde aan dat een latere uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland over belastingrente reden was om het bezwaar alsnog in te dienen, maar dit wordt niet als verontschuldigbaar beschouwd.
De rechtbank benadrukt dat een wijziging in juridisch inzicht na het verstrijken van de termijn geen reden is om een termijnoverschrijding alsnog te verontschuldigen. Ook de verwijzing naar de massaal bezwaarprocedure biedt geen grond om het bezwaar alsnog ontvankelijk te verklaren. Het bestreden besluit blijft daarom in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet tijdig is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.