Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van € 4.312 en belastingrente van € 21, opgelegd door de inspecteur na een hertaxatie van een Ford S-Max. De kern van het geschil betreft de toepasbaarheid van de herleidingsmethode, de afschrijvingsmethode en de handelsinkoopwaarde van de auto.
De rechtbank oordeelt dat de herleidingsmethode niet kan worden toegepast en dat belanghebbende onvoldoende heeft aangetoond dat er sprake is van meer dan normale gebruiksschade. De inspecteur heeft een hogere handelsinkoopwaarde vastgesteld, mede vanwege een hogere CO2-uitstoot en uitvoering van de auto, wat belanghebbende niet aannemelijk heeft kunnen weerleggen. Hierdoor is de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
Daarnaast heeft belanghebbende een verzoek ingediend voor immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank constateert een termijnoverschrijding van ongeveer 12 maanden en kent een schadevergoeding van € 1.000 toe, die voor rekening van de Staat komt. Tevens worden proceskosten van € 233,50 aan belanghebbende toegekend. Het beroep wordt ongegrond verklaard.