Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
- fysieke keuring dan wel VIA?
geengebruik kunnen of mogen maken van de openbare weg.
3.Geschil en conclusies van partijen
- i) Is sprake van essentiële gebreken?
- ii) Zo ja, handelt de inspecteur in strijd met het vertrouwensbeginsel?
- iii) Zo nee, handelt de inspecteur in strijd met beleidsregels?
- iv) Voldoet het rapport van hertaxatie aan de eisen die het recht daaraan stelt?
- v) Dient de waarde van de auto te worden verminderd vanwege (ex-)schade?
- vi) Heeft de inspecteur de historische nieuwprijs correct vastgesteld?
4.Gronden
“Indien een gebruikt motorrijtuig essentiële gebreken vertoont waardoor met het motorrijtuig niet kan of mag worden deelgenomen aan het verkeer, wordt de vermindering, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, niet vastgesteld dan nadat deze gebreken zijn hersteld. Van essentiële gebreken is in elk geval sprake zolang het motorrijtuig blijkens een vermelding in het register, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet, bestemd is voor sloop of wacht op keuring.”Met artikel 8, lid 3, Uitv.reg. BPM is erin voorzien dat voor een vanuit het buitenland overgebracht, gebruikt motorrijtuig met essentiële gebreken de in artikel 10, lid 1, Wet BPM bedoelde vermindering pas mag en kan worden bepaald op het tijdstip dat de essentiële gebreken zijn hersteld en naar de staat waarin het motorrijtuig zich dan bevindt. Pas dan
kanen
magmet het motorrijtuig worden deelgenomen aan het verkeer. Deze bepaling strookt met het doel en de strekking van de Wet BPM, namelijk om bpm te heffen ter zake van uitsluitend motorrijtuigen die – volgens de uit de Wegenverkeerswet voortvloeiende eisen – geschikt zijn om te worden toegelaten op de weg in Nederland. [4] Voorts vermeldt de tweede zin van de hiervoor aangehaalde passage wanneer “in elk geval” sprake is van essentiële gebreken, maar hieruit volgt niet het omgekeerde, namelijk dat er bij goedkeuring door de RDW van essentiële gebreken geen sprake zou kunnen zijn.
konworden deelgenomen aan het verkeer. Dat de auto geen WOK-status had, acht het hof niet relevant, omdat essentiële gebreken meer omvattend kunnen zijn dan een WOK-status. [5] Dat de RDW de auto – onder het destijds geldende coronabeleid – heeft goedgekeurd acht het hof evenmin relevant, aangezien artikel 8, lid 3, Uitv.reg. BPM het criterium ‘
kanen
magdeelnemen aan het verkeer’ [6] hanteert. Van
kunnendeelnemen aan het verkeer is in het onderhavige geval in ieder geval geen sprake. Dit betekent dat artikel 8, lid 3, Uitv.reg. BPM (wettekst 2021) van toepassing is en dat in beginsel de verschuldigde bpm op aangifte moest worden voldaan zonder toepassing van de in artikel 10 Wet Pro BPM bedoelde vermindering. [7] Het hof beantwoordt vraag (i) bevestigend.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).