ECLI:NL:RBZWB:2026:309
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd tot beoordeling van beslaglegging door invorderingsambtenaar
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een brief van de invorderingsambtenaar over beslaglegging van 4 maart 2025. De rechtbank oordeelt dat zij kennelijk onbevoegd is om over deze zaak te beslissen en doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank stelt vast dat de belastingrechter in principe niet bevoegd is om te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet, tenzij er een wettelijke uitzondering geldt. De beslaglegging valt niet onder deze uitzonderingen, waardoor de rechtbank het beroep niet in behandeling kan nemen. De kwestie moet aan een civiele rechter worden voorgelegd.
Belanghebbende heeft ook bezwaar gemaakt tegen invorderingskosten en rente, maar deze procedure betreft alleen de beslaglegging en niet de rechtmatigheid van de schulden zelf. Tegen de kosten en rente staat een zelfstandig bezwaar open, maar de bezwaartermijn is waarschijnlijk verstreken.
De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en wijst het beroep af zonder inhoudelijke beoordeling. Omdat belanghebbende geen griffierecht heeft betaald, wordt ook geen griffierecht teruggegeven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen beslaglegging en wijst het af.