Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van € 4.290 opgelegd door de inspecteur. De kern van het geschil betreft de toepassing van de herleidingsmethode, de afschrijvingsmethode en de waardering van schade aan een Toyota Proace 2.0 D-4D.
De rechtbank oordeelt dat de herleidingsmethode niet kan worden toegepast en dat belanghebbende onvoldoende heeft aangetoond dat er sprake is van meer dan normale gebruiksschade. De inspecteur heeft een hertaxatie laten uitvoeren waaruit blijkt dat de geclaimde schade niet is aangetroffen. Ook het beroep op een lagere handelsinkoopwaarde vanwege een afwijkende CO2-uitstoot wordt verworpen omdat belanghebbende niet heeft bewezen dat dit leidt tot een lagere waarde.
De rechtbank bevestigt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Wel wordt belanghebbende een vergoeding van € 1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling. Daarnaast krijgt belanghebbende een proceskostenvergoeding van € 233,50 voor de immateriële schadevergoeding. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de naheffingsaanslag blijft in stand.