Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
. [3] De inspecteur had uiterlijk op 26 juni 2025 moeten beslissen. Belanghebbende heeft de inspecteur op 25 augustus 2025 in gebreke gesteld en op 22 december 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een uitspraak op bezwaar.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep wegens niet tijdig beslissen en het beroep tegen de uitspraak op bezwaar van 29 december 2025 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 29 december 2025;
- handhaaft het verzamelinkomen op de aanslag IB/PVV 2019 van -/- € 4.818 zoals dat is vastgesteld bij beschikking van 13 april 2023;
- wijzigt de voor het jaar 2019 afgegeven beschikking nog te verrekenen persoonsgebonden aftrek in volgende jaren naar een bedrag van € 3.324;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraak op bezwaar;
- stelt de door de inspecteur te betalen dwangsom vast op € 1.442;
- bepaalt dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 53 vergoedt.