ECLI:NL:RBZWB:2026:3123
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet 2021
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en Zorgverzekeringswet (Zvw) over het jaar 2021. De inspecteur had het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank behandelde het beroep op 12 maart 2026, waarbij belanghebbende niet aanwezig was.
Belanghebbende had in de aangifte inkomsten uit een persoonsgebonden budget (pgb) als resultaat uit overige werkzaamheden opgegeven en kosten voor telefoon, internet, afschrijvingen en reiskosten als kostenposten. Tevens werden specifieke zorgkosten opgevoerd. De inspecteur weigerde de aftrek van vervoerskosten en kosten bij het resultaat uit overige werkzaamheden.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende slechts gedeeltelijk aannemelijk had gemaakt recht te hebben op aftrek van vervoerskosten (€ 2.176) en dat de overige kosten niet voldoende waren onderbouwd. De specifieke zorgkosten werden eveneens niet erkend wegens onvoldoende bewijs van hoogte en verband met ziekte of invaliditeit.
De aanslag IB/PVV werd daarom verminderd tot een belastbaar inkomen van € 70.215. De aanslag Zvw bleef ongewijzigd omdat het bijdrage-inkomen boven het maximum lag. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar over de IB/PVV en de belastingrentebeschikking, en bepaalde dat de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2021 wordt verminderd, de aanslag Zorgverzekeringswet 2021 blijft ongewijzigd.