ECLI:NL:RBZWB:2026:3124
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift en kwalificerende buitenlandse belastingplicht
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2023, waarbij hij werd aangemerkt als niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtige. De inspecteur verklaarde het bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens te late indiening en wees het verzoek om ambtshalve vermindering af. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk was omdat het te laat was ingediend zonder verschoonbare reden.
Belanghebbende had in 2023 een belastbaar inkomen uit Nederland en Kroatië, waarbij 89% van het inkomen in Nederland werd belast, net onder het vereiste 90%-criterium voor kwalificerende buitenlandse belastingplicht. De rechtbank bevestigde dat de inspecteur terecht geen ambtshalve vermindering verleende, mede omdat lopende prejudiciële vragen bij het Hof van Justitie geen grond vormen voor vermindering.
De rechtbank wees ook het beroep tegen de belastingrente af, aangezien belanghebbende geen zelfstandige gronden had aangevoerd. Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag IB/PVV 2023 wordt ongegrond verklaard en het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk verklaard.