Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun bezwaar van 26 augustus 2025 over aanvullende compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De rechtbank beoordeelt dat de beslistermijn door verweerder is overschreden, ondanks verlengingen en opschortingen.
Hoewel eisers te vroeg ingebrekestellingen indienden en daardoor formeel te vroeg in beroep gingen, verklaart de rechtbank het beroep toch ontvankelijk en kennelijk gegrond omdat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen en de wettelijke termijn inmiddels is verstreken.
De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn op van uiterlijk 6 april 2027, aansluitend bij een recente lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt.
Verweerder wordt verplicht het griffierecht van €108 aan eisers te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 17 april 2026 door rechter S.A.M.L. van de Sande.