Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- de beschikking van 3 maart 2026 en de daarin genoemde stukken;
- de brief van de GI, ontvangen op 18 maart 2026.
2.De feiten
3.De verzoeken
- de moeder met het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt belast;
- het ouderlijk gezag van de vader over [minderjarige] wordt beëindigd.
4.De standpunten
5.De beoordeling
terVerordening). Aangezien de verzoeken na 1 augustus 2022 zijn ingediend is de Brussel II-
terVerordening temporeel van toepassing. Met uitzondering van artikel 10 Brussel Pro II-
terVerordening, is de Brussel II-
terVerordening slechts formeel van toepassing indien het kind gewone verblijfplaats heeft op het grondgebied van een EU lidstaat. De rechtbank stelt vast dat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] inmiddels in Nederland ligt en redeneert daartoe als volgt.
bisVerordening (en inmiddels de Brussel II-
terVerordening), met name het doel dat de bevoegdheidsregels zijn opgezet in het belang van het kind, en met name beantwoorden aan het criterium van de nauwe verbondenheid (zie arresten 2 april 2009,
A, C-523/07, ECLI:NL:EU:C:2009:225, punten 34 en 35; 22 december 2010,
Mercredi, C-497-10 PPU, ECLI:EU:C:2010:289, punten 44-46; 8 juni 2017,
OL v. PQ, C-111/47, PPU, ECLI:EU:C:2017:436, punt 40).
A, C-523/07, ECLI:NL:EU:C:2009:225, punten 42 en 44; 22 december 2010,
Mercredi, C-497-10 PPU, ECLI:EU:C:2010:289, punten 47; 8 juni 2017,
OL v. PQ, C-111/47, PPU, ECLI:EU:C:2017:436, punt 42).
A, C-523/07, ECLI:NL:EU:C:2009:225).
terVerordening formeel van toepassing is, en bovendien dat de Nederlandse rechter interregionaal bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek van de Raad op grond van artikel 7 lid 1 Brussel Pro II-
terVerordening.
lex fori,dat wil zeggen het Nederlands recht is van toepassing op een procedure voor de Nederlandse rechter.
- herstel in het gezag in het belang van de minderjarige is, en
- de ouder in staat is duurzaam de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, te dragen.
- [minderjarige] heeft ouders/verzorgers die fysiek en emotioneel beschikbaar zijn en die kunnen aansluiten bij zijn ontwikkeling en emotionele– en zorgbehoeften;
- [minderjarige] heeft een ontspannen contact met zijn vader;
- [minderjarige] heeft een duidelijke dagstructuur, dagbesteding en heeft hulpverlening om toe te werken naar schoolgang, ontwikkeling en het opbouwen en onderhouden van sociale relaties;
- [minderjarige] heeft een vertrouwenspersoon bij wie hij zich vertrouwd voelt en waar hij (blijvend) zijn zorgen, behoeften, onzekerheden en emoties kan uiten.
6.De beslissing
[de moeder] ,geboren op [geboortedag 2] 1983 in [geboorteplaats] , over
[minderjarige], geboren op [geboortedag 1] 2011 in [geboorteplaats] ;
[de vader], geboren op [geboortedag 3] 1971 in [geboorteplaats] , over de minderjarige
[minderjarige], geboren op [geboortedag 1] 2011 in [geboorteplaats] ;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.