Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3235

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
25/1910 WIA
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Wet WIAArt. 5 Wet WIA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische beoordeling

Eiser, voormalig magazijnmedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan na langdurige gezondheidsklachten. Het UWV weigerde deze uitkering toe te kennen omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht, gebaseerd op een uitgebreid medisch en arbeidsdeskundig onderzoek.

De rechtbank beoordeelde of het UWV het medisch onderzoek zorgvuldig had uitgevoerd en of de beperkingen en arbeidsongeschiktheid juist waren vastgesteld. Uit de medische rapportages bleek dat eiser diverse lichamelijke en psychische klachten heeft, waaronder rugklachten, hoge bloeddruk, slaapapneu en mentale problematiek. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hadden deze beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) verwerkt.

Eiser stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen werden onderschat, onder meer vanwege onvoldoende lichamelijk onderzoek en het ontbreken van een tolk. De rechtbank verwierp deze stellingen, stellende dat het onderzoek uitgebreid en zorgvuldig was en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. De arbeidsdeskundige gebruikte passende functies voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is, bestaat geen recht op een WIA-uitkering. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen uitkering ontvangt en geen proceskostenvergoeding krijgt.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is en het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1910 WIA

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. M. Görsültürk),
en
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over de weigering om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen aan eiser. Eiser is het hiermee niet eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht heeft geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht heeft geweigerd om aan eiser per 19 december 2023 een WIA-uitkering toe te kennen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
1.3.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 tot en met 5 zijn de grondslag van het besluit, het wettelijk kader en het toetsingskader opgenomen. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 6. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen: zijn de beperkingen juist vastgesteld (medische beoordeling) en is de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld (arbeidskundige beoordeling). Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

Primaire fase
2.1.
Eiser is van 1 juli 2021 tot en met 1 april 2022 werkzaam geweest als magazijnmedewerker bij [bedrijf] B.V. voor 40 uur per week. Voor dat werk is hij op 21 december 2021 uitgevallen vanwege belemmerende gezondheidsklachten. Daarna heeft eiser van 4 april 2022 tot en met 18 december 2023 een uitkering op grond van de Ziektewet ontvangen van het UWV.
2.2.
Op 31 augustus 2023 heeft eiser bij het UWV een WIA-uitkering aangevraagd. In afwachting van het primaire besluit over de aanvraag heeft het UWV met een besluit van
7 december 2023 aan eiser een voorschot op zijn WIA-uitkering toegekend vanaf
19 december 2023. Naar aanleiding van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek heeft het UWV vervolgens met een besluit van 28 december 2023 (primair besluit) geweigerd om aan eiser een WIA-uitkering toe te kennen vanaf 19 december 2023, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht (8,85%). Wel heeft het UWV met een besluit van 4 januari 2024 aan eiser een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) toegekend vanaf 19 december 2023. Met een besluit van 8 februari 2024 heeft het UWV een deel van het WIA-voorschot van eiser verrekend met zijn WW-uitkering vanwege samenloop van uitkeringen en bepaald dat eiser € 59,60 moet terugbetalen.
Bezwaarfase
2.3.
Eiser heeft op 30 januari 2024 bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. In het kader van eisers bezwaar heeft op 2 september 2024 een hoorzitting plaatsgevonden, in aanwezigheid van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b). Vervolgens heeft het UWV – na een verzekeringskundige en arbeidsdeskundige herbeoordeling – eiser met een besluit van 14 februari 2025 (bestreden besluit) laten weten dat zijn bezwaar ongegrond wordt verklaard en hij nog steeds minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt verklaard (17,51%).
2.4.
Eiser heeft bij deze rechtbank beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en heeft aanvullende gronden ingediend.
2.5.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een aanvullende rapportage van de verzekeringsarts b&b van 9 december 2025.
2.6.
De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2026 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, eisers gemachtigde, [begeleider] (eisers begeleider van Surplus) en namens het UWV [gemachtigde] .

Beoordeling door de rechtbank

Grondslag bestreden besluit
3. Aan het bestreden besluit heeft het UWV ten grondslag gelegd dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Wettelijk kader
4. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Toetsingskader
5. Bij de beoordeling of het bestreden besluit juist is, is van belang of eiser medische beperkingen heeft en of hij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.
Zijn de beperkingen juist vastgesteld?
6. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapporten van een arts een verzekeringsarts b&b van het UWV.
6.1.
De arts heeft het dossier en de ontvangen medische informatie bestudeerd en heeft eiser gezien op het spreekuur van 13 november 2023 (duur: 60 minuten), waarbij psychisch en lichamelijk onderzoek heeft plaatsgevonden. Vervolgens heeft de arts – getoetst en akkoord bevonden door de verzekeringsarts – op 1 december 2023 samengevat het volgende gerapporteerd. Eiser heeft zich op 21 december 2021 ziek gemeld wegens rugklachten. Bij de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling (EZWb) werd gesteld dat er sprake was van een chronisch aspecifiek pijnsyndroom bij degeneratieve afwijkingen van de lumbale wervelkolom, waarbij het beeld imponeerde als een combinatie van degeneratieve problematiek die samenhangt met instabiliteit. Er werden bewegingsadviezen gegeven en beperkingen opgesteld ten aanzien van langdurig staan, langdurig licht gebogen werken, zwaar sjouwen en tillen en afwisselen van houding. Daarnaast werd gesproken over forse hypertensie, waardoor eiser beperkt werd ten aanzien van werkzaamheden die een hoge piekbelasting geven, dus zonder voortdurend hoge tijdsdruk of sterk hoogdwingend tempo in fysieke taken. Taken waarbij explosieve kracht nodig is, werden niet geschikt bevonden. Werkzaamheden waarbij hij geregeld van houding kan veranderen of kan gaan verzitten, werden benoemd als het beste voor hem. Eiser heeft het afgelopen jaar verschillende behandelaren bezocht (second opinion voor rugklachten, doorverwijzing voor revalidatietraject en onderzoeken door internist, cardioloog en KNO-arts vanwege hypertensie). Eiser werd gediagnosticeerd met OSAS. Verder blijkt uit informatie van de internist dat er sprake is van ongecontroleerde bloeddruk door stress en psychische factoren. Tevens was er de indruk dat eiser niet geheel therapietrouw is met de antihypertensiva. Een doorverwijzing naar een psycholoog werd geadviseerd. Eiser claimt nog belemmeringen ten aanzien van rugbelastend werk en lang staan, zitten en lopen. Eiser claimt dat de klachten over de tijd toenemen, maar de belastbaarheid wordt ingeschat conform tijdens de EZWb (Eerstejaarsziektewetbeoordeling). Eiser woont zelfstandig, doet huishoudelijke taken, rijdt auto en fietst korte afstanden. De beperkingen komen grotendeels overeen met de beperkingen zoals tijdens de vorige beoordeling. Eiser claimt ook vermoeid te zijn en slecht te slapen. Hoewel er uit zijn dagverhaal geen duidelijke recuperatiebehoefte naar voren kwam, zijn er argumenten voor een beperkingen ten aanzien van overuren wegens de hypertensie, de OSAS en de slaapstoornis door pijn. Eiser wordt maximaal 8 uur per dag inzetbaar geacht in lichte werkzaamheden. Gezien de OSAS en de slaapproblemen zijn overuren en avond- en nachtdiensten gecontra-indiceerd. Het is nog niet duidelijk in hoeverre het revalidatietraject invloed zal hebben op de duurbelastbaarheid. Daarom kan hier in de beoordeling geen rekening mee gehouden worden. De beperkingen en de belastbaarheid van eiser zijn neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 4 december 2023.
6.2.
De verzekeringsarts b&b heeft het dossier en de ontvangen medische informatie bestudeerd en heeft eiser gezien op de hoorzitting van 2 september 2024 (duur: 70 minuten). Vervolgens heeft de verzekeringsarts b&b op 14 oktober 2024 samengevat het volgende gerapporteerd. Uit het primaire dossier en de bevindingen in bezwaar komt naar voren dat bij eiser meerdere medische problemen aan de orde zijn. Eiser is bekend met chronische rugproblematiek. Mede door het omgaan met deze klachten en stress worden de klachten onderhouden. Eiser is verder bekend met slaapapneu, waarvoor hij een bitje moet gebruiken, maar dat kan nog niet door tandvleesontsteking. Ook is er sprake van een hoge bloeddruk die moeilijk behandelbaar is, mogelijk ook door stress en therapietrouw. De neuroloog kon rond einde wachttijd geen acute neurologische oorzaak aanwijzen voor vallen en moeilijker lopen. Het revalidatietraject is niet gestart. De revalidatiearts adviseerde te starten met de psycholoog om aan de slag te gaan met de onderhoudende persoonsfactoren. Bij het primaire onderzoek en bij het onderzoek in bezwaar zijn geen duidelijke afwijkingen te constateren bij psychologisch onderzoek. Bij het navragen in bezwaar komt naar voren dat er met name sprake is van verwerkingsproblematiek over de lichamelijke klachten en het verlies van werk. Een duidelijke diagnose was per einde wachttijd nog niet gesteld, in het verslag van [revalidatiecentrum] wordt slechts aangegeven dat er aanwijzingen zijn voor psychische problematiek. Eiser is pas juli 2024 gestart met begeleiding. De primaire arts heeft al beperkingen aangegeven betreffende deadlines en productiepieken en ook op het gebied van handelingstempo. In de informatie van de psycholoog van oktober 2024 komt naar voren dat er sprake is van een matige depressie. Zorgvuldigheidshalve zal aangevuld worden dat een enkele deadline ook mogelijk is bij mentaal lichte taken. Verder zal worden aangevuld dat werken op hoogten en met gevaarlijke machines niet mogelijk is gezien de valpartijen en duizeligheid die anamnestisch in bezwaar bleken. Dit komt ook uit de informatie van de neuroloog naar voren. Om die reden is professioneel chauffeuren ook niet passend. Er is geen medische aandoening waardoor eiser niet kan lezen, spreken of schrijven. Er is ook geen beperking op het gebied van samenwerken en omgaan met conflicten. Eiser kan verder bij onderzoek op een normale manier de eigen gevoelens uiten, blokkeert niet, brengt een ander niet in verwarring en er is geen diagnose aan de orde op psychisch gebied zoals psychose, schizofrenie of een ander toestandsbeeld. De primaire arts heeft verder al forse beperkingen aangegeven op het gebied van fysieke belasting. Aanvullend zal worden aangegeven dat lopen achtereen licht beperkt wordt, lopen en staan samen tot 4 uur verdeeld over de dag, omdat eiser rond datum in geding enige toegenomen klachten aangaf en ook met loopproblemen bij de huisarts en neuroloog is geweest. Een verdere urenbeperking is niet aan de orde. Er is namelijk geen zeer ernstige onderliggende medische aandoening aan de orde wat een sterk afgenomen energieniveau aannemelijk maakt. Er is geen sprake van verminderde beschikbaarheid aangezien er geen revalidatietraject bij [revalidatiecentrum] is gestart. Ook is een urenbeperking niet noodzakelijk op preventieve gronden. Bovendien is eiser met het aannemen van huidige beperkingen al aangewezen op energetisch minder belastende werkzaamheden. Hierdoor is met de vermoeidheid ook voldoende rekening gehouden. De beperkingen en de belastbaarheid van eiser zijn neergelegd in de FML van 11 oktober 2024.
6.3.
Eiser heeft tegen het medisch oordeel van het UWV aangevoerd dat het onderzoek niet zorgvuldig is geweest, nu er geen adequaat lichamelijk onderzoek is verricht en er geen tolk aanwezig was tijdens de hoorzitting in bezwaar. De verzekeringsarts b&b heeft alleen zijn lichaamsgewicht gewogen. Verder heeft eiser aangevoerd dat zijn beperkingen zijn onderschat. Hij heeft elke mogelijke behandeling uitgeprobeerd, maar is niet hersteld van zijn rugklachten. Eiser is door drie orthopeden behandeld, zonder resultaat. Eiser heeft artrose in zijn lichaam, waarmee onvoldoende rekening is gehouden. Eiser heeft ook vergaande bewegingsbeperkingen, zoals rug niet buigen, niet snel/lang lopen, traplopen beperkt, moeite met dagelijkse verzorging en huishoudelijke taken, niet lang of voorovergebogen zitten, gaan zitten en moeilijk opstaan. Ook is er volgens eiser onvoldoende rekening gehouden met zijn mentale beperkingen, waarvoor hij wordt behandeld door een psycholoog. Eiser is verder beperkt op slapen wegens slechte slaap en veelvuldig ’s nachts wakker. Hierdoor kan eiser niet rusten en is hij doorlopend moe. Hij valt overdag vaak thuis in slaap. Eiser heeft hartklachten. Hij is recent nog gevallen door een te hoge hartslag.
6.4.
In het verweerschrift heeft het UWV gereageerd op eisers beroepsgronden. Het UWV blijft bij het bestreden besluit. Er heeft een gedegen lichamelijk onderzoek plaatsgevonden, nu deze is gebaseerd op het lichamelijk onderzoek van zowel de arts als de verzekeringsarts b&b én een niet sterk afwijkend lichamelijk onderzoek door de [kliniek] van 12 september 2023. De verzekeringsarts b&b ziet geen aanleiding om eiser verdergaand te beperken. Ter onderbouwing heeft het UWV een aanvullende rapportage van de verzekeringsarts b&b van 9 december 2025 bijgevoegd. In deze rapportage heeft de verzekeringsarts b&b over de zorgvuldigheid van het onderzoek overwogen dat tijdens het primaire onderzoek en het onderzoek in bezwaar niet naar voren kwam dat eiser zich niet goed verstaanbaar kan maken. Ook geven eiser, zijn begeleiding en gemachtigde in bezwaar niet aan dat er een tolk gewenst is. Eiser bleek zich bij de anamnese goed te kunnen verwoorden. Samen met de medische informatie van behandelaren is een voldoende duidelijk beeld naar voren gekomen. Er is geen sprake van onzorgvuldig onderzoek. Niet kan worden gevolgd dat er volgens eiser geen lichamelijk onderzoek is verricht door de verzekeringsarts b&b, zie pagina 6 van zijn rapportage. Overigens zijn deze bevindingen niet concluderend, aangezien datum onderzoek bijna 9 maanden na de datum in geding ligt. In het primaire onderzoek is lichamelijk onderzoek verricht en was er informatie van de [kliniek] van 12 september 2023 met een niet zeer afwijkend lichamelijk onderzoek. Eiser geeft aan dat hij niet hersteld is van de rugklachten; dit wordt ook niet aangegeven en er zijn forse beperkingen in de belastbaarheid gegeven. Over de rugklachten heeft de verzekeringsarts b&b overwogen dat bekend is dat er sprake is van slijtage (artrose) van de rug en discopathie van de rug ten tijde van de datum in geding. Hiermee is rekening gehouden in de FML. Het is een normaal verouderingsproces waarbij niet iedereen klachten ervaart. Gezien de bevindingen bij het primaire onderzoek, het onderzoek in bezwaar en de medische informatie is er geen reden om buigen meer te beperken. Over het lopen, staan en zitten heeft de verzekeringsarts b&b overwogen dat lopen al licht wordt beperkt, staan wordt al beperkt, lopen en staan samen worden ook al beperkt tot 4 uur verdeeld over de werkdag. In de bevindingen van de [kliniek] wordt een redelijk normaal lichamelijk onderzoek geconstateerd. Daarnaast komt discopathie van de wervelkolom naar voren, geen duidelijke wortelcompressie, mogelijk iets hinder bij de wortel L1 links; chronische lumbale pijnklachten. Er is geen uitval en spierzwakte. Staan is iets meer beperkt, omdat bij staan de statische belasting op de wervelkolom groter wordt en tot meer klachten kan leiden. Lopen is bij deze problematiek van belang, ook omdat er bij eiser een spiercomponent mee lijkt te spelen. Waarom eiser alleen met een leuning de trap op kan lopen, is niet duidelijk. De spierkracht van de benen is normaal en uit onderzoek blijkt niet dat sprake is van verminderde balans. Dit geldt ook voor het opstaan uit de stoel bij zitten. Bij primair onderzoek kon eiser normaal zonder stijfheid opstaan en op de onderzoeksbank klimmen. Zitten is licht beperkt aangegeven. Bij het onderzoek in bezwaar kon eiser een uur normaal zitten, bij het primaire onderzoek 45 minuten. Tijdens werk is zitten ook als licht beperkt aangegeven. Er is voldoende rekening gehouden met het feit dat eiser hierdoor niet zeer langdurig achtereen moet zitten. Voorovergebogen zitten tot 45 graden is mogelijk, gezien het feit dat eiser tot 45 graden (meer bij de specialist in september 2023) kan buigen. Eiser kan inderdaad niet zwaar tillen, daarom is dit fors beperkt tot 5 kilo. Over de mentale beperkingen heeft de verzekeringsarts b&b overwogen dat eiser ten tijde van de datum in geding nog niet onder behandeling bij de psycholoog was, pas medio 2024. In de bezwaarrapportage (eerste alinea pagina 8) wordt uitgebreid aangegeven waarom forsere beperkingen op mentaal gebied niet aan de orde zijn. Bij primair onderzoek zijn geen afwijkingen geconstateerd bij psychisch onderzoek. Omdat duidelijk is dat eiser verwerkingsproblematiek en spanningen ervaart, wordt er wel rekening houden met de problematiek. In bezwaar wordt ook aangegeven dat eiser aangewezen is op een rustig handelingstempo en werkzaamheden met frequente deadlines en productiepieken niet mogelijk zijn, behalve incidenteel als het licht fysiek of niet mentaal belastend werk betreft. Hiermee wordt voldoende rekening gehouden met de mentale klachten. Over de huishoudelijke taken heeft de verzekeringsarts b&b overwogen dat uit primair onderzoek (pagina 6) naar voren komt dat eiser in staat is tot zelfzorg. Verder doet hij op dat moment het huishouden voornamelijk zelf, behoudens zwaardere taken zoals stofzuigen. Ook het schuren en verven van deuren (met tussenpozen) was nog mogelijk. Op de datum in geding is eiser dus grotendeels zelf in staat het huishouden uit te voeren. Over de hartklachten en het vallen heeft de verzekeringsarts b&b overwogen dat, behoudens hoge bloeddruk, er rond de datum in geding geen andere cardiale problematiek naar voren komt volgens informatie van de cardioloog uit december 2022. Over de slaapproblemen heeft de verzekeringsarts b&b overwogen dat, kijkend naar de Standaard Duurbelastbaarheid in arbeid, een grote urenbeperking niet aan de orde is (pagina 8 tweede alinea van de bezwaarrapportage). Er wordt met de vermoeidheid rekening gehouden, aangezien eiser door de aangegeven beperkingen is aangewezen op fysiek en mentaal minder belastend werk. Ook wordt aangegeven dat overschrijding van de 8 uur per dag niet mogelijk is en avond- en nachtdiensten niet mogelijk zijn, omdat eiser voldoende recuperatietijd nodig heeft.
6.5.
De rechtbank overweegt over de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek dat uit het dossier in combinatie met wat ter zitting is besproken niet is gebleken dat het medisch onderzoek door het UWV onzorgvuldig is geweest. Uit de inhoud van de medische rapportages van de arts en verzekeringsarts b&b blijkt dat eiser veel (medische) informatie heeft gegeven en dat hij op de hoorzitting in bezwaar werd bijgestaan door [begeleidster] en zijn toenmalig gemachtigde. Eiser heeft niet gesteld dat wat in de medische rapportage van de verzekeringsarts b&b staat onjuist is en heeft bovendien niet eerder gevraagd om een tolk, niet tijdens en niet na de medische onderzoeken bij het UWV. Pas in beroep heeft eiser gesteld dat afwezigheid van een tolk betekent dat het onderzoek onzorgvuldig is geweest. Ter zitting heeft eiser verwezen naar een uitspraak van de CRvB van 18 april 2019 [1] , maar deze uitspraak acht de rechtbank niet vergelijkbaar met die van eiser. Zo is uit informatie van behandelaars niet gebleken dat eiser daar een tolk nodig had, is eerder dan in beroep niet gesteld dat taalproblemen hem belemmerden en heeft de verzekeringsarts b&b in het geval van eiser zijn oordeel niet enkel op het dossier gebaseerd. Het niet aanwezig zijn van een tolk maakt dus niet dat het medisch onderzoek van het UWV onzorgvuldig is geweest. Over de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek heeft eiser ook gesteld dat er onvoldoende lichamelijk onderzoek heeft plaatsgevonden, omdat hij enkel zou zijn gewogen. De rechtbank overweegt dat dit niet strookt met de rapportages van de arts en de verzekeringsarts b&b. In de rapportage van de primaire arts van 1 december 2023 staat dat lichamelijk is onderzocht: zitten, opstaan, bloeddruk, stands van de wervelkolom, buigen, schoenen aantrekken en op de onderzoeksbank klimmen en weer overeind komen. In de rapportage van de verzekeringsarts b&b van 14 oktober 2024 staat dat lichamelijk is onderzocht: stand van de wervelkolom, rugspieren, buigen, zenuwwortelprikkeling, kniepeesreflex en achillespeesreflex, ontspanvermogen, kracht in benen, zitten en opstaan, eventuele duizeligheid. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank van onvoldoende lichamelijke onderzoeken geen sprake.
6.6.
Over eisers stelling dat zijn beperkingen zijn onderschat, overweegt de rechtbank het volgende. Niet in geschil is dat eiser een hoge bloeddruk, slaap- en rugproblemen en psychische klachten heeft. Partijen zijn het echter niet eens over de mate waarin eisers klachten beperkingen in de FML opleveren. In de FML van 11 oktober 2024 heeft de verzekeringsarts b&b voor eiser meerdere beperkingen aangenomen op alle domeinen, namelijk ‘persoonlijk functioneren’, ‘sociaal functioneren’, ‘fysieke omgevingseisen’, ‘dynamische handelingen’, ‘statische houdingen’ en ‘werktijden’.
Daar waar eiser in beroep specifiek wijst op knielen en buigen (FML-item 4.20) geldt dat de verzekeringsarts b&b daarvoor een zware beperking met score 2 heeft aangenomen, waaruit op zichzelf al blijkt dat dit moeite kost voor eiser. Uit het dossier is niet gebleken dat eiser op knielen en buigen zwaarder had moeten worden beperkt.
Verder heeft eiser gesteld dat het UWV zijn mentale problemen ten onrechte heeft gereduceerd tot verwerkingsproblematiek. Eiser heeft gesteld dat er verwerkingsproblemen bestaan op het gebied van het rouwen om zijn vader, het verlies van zijn werk en zijn gezondheidsproblemen. Dit heeft de verzekeringsarts b&b meegenomen in zijn beoordeling. Eiser heeft gesteld dat er ook mentale klachten vanuit overige aandoeningen spelen. De rechtbank stelt vast dat behandelend [psycholoog] van Mentaal Beter op
3 oktober 2024 heeft aangegeven dat de diagnose matige depressieve stoornis was gesteld. Dit heeft de verzekeringsarts b&b gevolgd in zijn beoordeling. Voor meer beperkingen op mentaal vlak ontbreekt een medische onderbouwing.
Over de zeer hoge ongecontroleerde bloeddruk van eiser overweegt de rechtbank dat de arts en de verzekeringsarts b&b deze aandoening in hun rapportages vermelden en dit ook een onderdeel van hun lichamelijk onderzoek heeft uitgemaakt. In de FML van 14 oktober 2024 zijn beperkingen aangenomen die de energetische belasting in werk voor eiser verlichten. Ter zitting heeft het UWV hierover het volgende aangegeven. Als iemand zwaar fysiek werk heeft, kan dit invloed hebben op de hoge bloeddruk. De geduide functies zijn lichte functies, de beperkingen op sociaal en persoonlijk vlak nemen druk weg voor eiser en er zijn beperkingen op staan, lopen en traplopen aangenomen. In die zin is rekening gehouden met eisers hoge bloeddruk en zijn fysieke klachten. Daar waar eiser heeft gesteld dat in verband met zijn vermoeidheid en hoge bloeddruk een urenbeperking zou moeten gelden, verwijst de rechtbank naar wat hierover vermeld staat in de Standaard duurbelastbaarheid in arbeid. Eiser voldoet niet aan de criteria voor een urenbeperking op preventieve gronden of wegens een stoornis in de energiehuishouding. Weliswaar vallen bepaalde slaapstoornissen onder de categorie stoornis in de energiehuishouding, maar in dit geval is er onvoldoende informatie voorhanden om te kunnen oordelen dat eiser voldoet aan de criteria die hiervoor gelden. De verzekeringsarts b&b heeft namelijk al forse beperkingen in de FML aangenomen op het gebied van fysieke belasting, eiser wordt al aangewezen geacht op energetisch minder belastende werkzaamheden en er is geen sprake van een zeer ernstige onderliggende medische aandoening die een sterk afgenomen energieniveau aannemelijk zou maken. Als vuistregel geldt dat als in zwaardere arbeid wel, en in lichtere arbeid geen, urenbeperking is geïndiceerd, een functieduiding in lichte arbeid zonder urenbeperking prevaleert. Ter zitting heeft eiser nog gesteld dat het UWV geen goed beeld van zijn vermoeidheid had, omdat hij vindt dat zijn slaap onvoldoende is uitgevraagd. De rechtbank overweegt dat eiser dit eerder bij het UWV naar voren had kunnen brengen, maar ervoor heeft gekozen dit niet te doen. Eisers stelling slaagt dan ook niet.
6.7.
De rechtbank komt op grond van het bovenstaande tot de volgende conclusie. Het medisch onderzoek van het UWV heeft op een voldoende zorgvuldige wijze plaatsgevonden. Uit de rapporten van de arts en verzekeringsarts b&b blijkt dat zij op de hoogte waren van de door eiser gestelde klachten, waaronder rugklachten, hoge bloeddruk, psychische klachten en vermoeidheidsklachten. Bij de opstelling van de FML is met het geobjectiveerde deel van de klachten rekening gehouden. De medische beroepsgronden die eiser in beroep heeft aangevoerd, geven de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de belastbaarheid die de verzekeringsarts b&b heeft aangenomen. Daarbij is in aanmerking genomen dat eiser zowel lichamelijk als psychisch in de primaire fase en in de bezwaarfase door (verzekerings)artsen van het UWV is onderzocht en alle beschikbare medische informatie kenbaar is meegenomen in de medische beoordeling. In dit geval betreft dat informatie van eisers internist, cardioloog, psycholoog en neuroloog. Niet gebleken is dat in de FML van 11 oktober 2024 de beperkingen van eiser zijn onderschat. De beroepsgrond dat eiser meer beperkt moet worden, slaagt dus niet. Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank dan ook uit van de belastbaarheid die is neergelegd in die FML.
Zijn de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geschikt?
7. Een arbeidsdeskundige b&b van het UWV heeft, rekening houdend met de in bezwaar vastgestelde FML, de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: assemblagemedewerker besturingskasten en panelen (SBC-code 267071), textielproductenmaker (excl. vervaardigen textiel) (SBC-code 111160) en productiemedewerker industrie (samenstellen) (SBC-code 111180).
7.1.
.De beroepsgronden van eiser geven de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de medische geschiktheid van de geselecteerde functies. Eisers standpunt dat hij niet in staat is de geduide functies te verrichten, vloeit voort uit zijn opvatting dat zijn medische beperkingen zijn onderschat. Zoals de rechtbank in overweging 6.7 heeft geconcludeerd, is die opvatting niet juist. De hiervoor genoemde functies mochten worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.
Is de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld?
8. Op basis van de inkomsten die eiser met de geduide functies zou kunnen verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot de conclusie dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Omdat eiser tegen deze berekening geen gronden naar voren heeft gebracht, gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid.
8.1.
Omdat pas recht bestaat op een WIA-uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, heeft het UWV terecht geweigerd per 19 december 2023 aan eiser een WIA-uitkering toe te kennen.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiser niks verandert.
9.1.
Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard krijgt eiser geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiser het griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.M. Pasmans, griffier, op 21 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage wettelijk kader

In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.
Volgens artikel 5 van Pro de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 18 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1371, overweging 4.1