Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Daar waar eiser in beroep specifiek wijst op knielen en buigen (FML-item 4.20) geldt dat de verzekeringsarts b&b daarvoor een zware beperking met score 2 heeft aangenomen, waaruit op zichzelf al blijkt dat dit moeite kost voor eiser. Uit het dossier is niet gebleken dat eiser op knielen en buigen zwaarder had moeten worden beperkt.
Verder heeft eiser gesteld dat het UWV zijn mentale problemen ten onrechte heeft gereduceerd tot verwerkingsproblematiek. Eiser heeft gesteld dat er verwerkingsproblemen bestaan op het gebied van het rouwen om zijn vader, het verlies van zijn werk en zijn gezondheidsproblemen. Dit heeft de verzekeringsarts b&b meegenomen in zijn beoordeling. Eiser heeft gesteld dat er ook mentale klachten vanuit overige aandoeningen spelen. De rechtbank stelt vast dat behandelend [psycholoog] van Mentaal Beter op
3 oktober 2024 heeft aangegeven dat de diagnose matige depressieve stoornis was gesteld. Dit heeft de verzekeringsarts b&b gevolgd in zijn beoordeling. Voor meer beperkingen op mentaal vlak ontbreekt een medische onderbouwing.
Over de zeer hoge ongecontroleerde bloeddruk van eiser overweegt de rechtbank dat de arts en de verzekeringsarts b&b deze aandoening in hun rapportages vermelden en dit ook een onderdeel van hun lichamelijk onderzoek heeft uitgemaakt. In de FML van 14 oktober 2024 zijn beperkingen aangenomen die de energetische belasting in werk voor eiser verlichten. Ter zitting heeft het UWV hierover het volgende aangegeven. Als iemand zwaar fysiek werk heeft, kan dit invloed hebben op de hoge bloeddruk. De geduide functies zijn lichte functies, de beperkingen op sociaal en persoonlijk vlak nemen druk weg voor eiser en er zijn beperkingen op staan, lopen en traplopen aangenomen. In die zin is rekening gehouden met eisers hoge bloeddruk en zijn fysieke klachten. Daar waar eiser heeft gesteld dat in verband met zijn vermoeidheid en hoge bloeddruk een urenbeperking zou moeten gelden, verwijst de rechtbank naar wat hierover vermeld staat in de Standaard duurbelastbaarheid in arbeid. Eiser voldoet niet aan de criteria voor een urenbeperking op preventieve gronden of wegens een stoornis in de energiehuishouding. Weliswaar vallen bepaalde slaapstoornissen onder de categorie stoornis in de energiehuishouding, maar in dit geval is er onvoldoende informatie voorhanden om te kunnen oordelen dat eiser voldoet aan de criteria die hiervoor gelden. De verzekeringsarts b&b heeft namelijk al forse beperkingen in de FML aangenomen op het gebied van fysieke belasting, eiser wordt al aangewezen geacht op energetisch minder belastende werkzaamheden en er is geen sprake van een zeer ernstige onderliggende medische aandoening die een sterk afgenomen energieniveau aannemelijk zou maken. Als vuistregel geldt dat als in zwaardere arbeid wel, en in lichtere arbeid geen, urenbeperking is geïndiceerd, een functieduiding in lichte arbeid zonder urenbeperking prevaleert. Ter zitting heeft eiser nog gesteld dat het UWV geen goed beeld van zijn vermoeidheid had, omdat hij vindt dat zijn slaap onvoldoende is uitgevraagd. De rechtbank overweegt dat eiser dit eerder bij het UWV naar voren had kunnen brengen, maar ervoor heeft gekozen dit niet te doen. Eisers stelling slaagt dan ook niet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. A.M. Pasmans, griffier, op 21 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.