ECLI:NL:RBZWB:2026:334

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/2861
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:36c Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging en uittreksel KvK

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 23 januari 2026 uitspraak gedaan over de beroepen van belanghebbende tegen naheffingsaanslag omzetbelasting en aanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 2020 en 2021. De beroepen zijn ingediend door een gesteld gemachtigde zonder dat een geldige machtiging of een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel is overgelegd.

De rechtbank heeft de gemachtigde verzocht dit verzuim binnen een gestelde termijn te herstellen, maar hierop is geen reactie ontvangen. Omdat belanghebbende een niet-natuurlijk persoon is, is het noodzakelijk dat de gemachtigde zijn bevoegdheid aantoont. Het ontbreken hiervan leidt ertoe dat de beroepen niet-ontvankelijk worden verklaard.

De rechtbank beoordeelt de inhoud van de beroepen niet en laat de bestreden besluiten in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging en uittreksel Kamer van Koophandel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 25/2861 t/m 25/2863

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V., uit [plaats], belanghebbende

(gesteld gemachtigde: [gemachtigde]),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 30 april 2025. De beroepen zien op de naheffingsaanslag omzetbelasting over de tijdvakken gelegen in de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2021 met aanslagnummer [BSN].F.01.1501, de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2020 met aanslagnummer [BSN].V.07.0112 en de aanslag vennootschapsbelasting 2021 met aanslagnummer [BSN].V.16.0112.
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, omdat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat gesteld gemachtigde in deze zaak als gemachtigde van belanghebbende mag optreden. Gesteld gemachtigde heeft dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen [1] of een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel indienen waaruit volgt dat hij bevoegd is om namens belanghebbende op te treden. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Is een machtiging overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. Daarnaast heeft de gesteld gemachtigde ook geen uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel overgelegd waaruit volgt dat hij bevoegd is om namens belanghebbende op te treden.
5. De rechtbank heeft hem in haar bericht van 17 juni 2025 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. De griffier heeft vervolgens op 18 juli 2025 in het digitaal dossier van belanghebbende een bericht geplaatst. Belanghebbende is hierbij nogmaals in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen twee weken na dagtekening van het bericht te herstellen. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan de gesteld gemachtigde van belanghebbende verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat gesteld gemachtigde dit bericht op 18 juli 2025 heeft ontvangen. [3] Gesteld gemachtigde heeft niet gereageerd.
6. Omdat belanghebbende een niet-natuurlijk persoon is en er geen uittreksel uit het handelsregister en geen machtiging is overgelegd, kan niet worden beoordeeld of gesteld gemachtigde gerechtigd is om namens belanghebbende beroep in te stellen.
Is het verzuim verontschuldigbaar?
7. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

8. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 23 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.
3.Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).