Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
de bewaarder van het kadaster en de openbare registers, de bewaarder.
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Op 14 september 1979 is het gebied rondom perceel [kadastrale aanduiding 4] opnieuw ingemeten door een landmeter. Dit is opgenomen in het relaas van bevindingen kadastrale kaart ‘ [kenmerk 3] ’. De kadastrale oppervlakte van [kadastrale aanduiding 4] is hierna op basis van de hulpkaart kadastraal bekend ‘ [kenmerk 4] ’ geredresseerd van 420 naar 407 m².
In 1997 heeft een gemeentelijke herindeling plaatsgevonden waarbij het perceel [kadastrale aanduiding 4] over is gegaan naar het perceel ‘ [kadastrale aanduiding 5] . De gemeentelijke herindeling is opgenomen in het relaas van bevindingen ‘ [kenmerk 5] ’. Op 11 december 1997 heeft [naam 5] een brief ontvangen van de directeur van het Kadaster Noord-Brabant over de wijziging van de kadastrale aanduiding.
Ten tweede betwist eiseres de inhoud van het relaas van bevindingen van 1959. Uit dit brondocument zou blijken dat tijdens de aanwijs op 6 april 1959 door [naam 6] de grenzen zouden zijn aangewezen in het bijzijn van [naam 5] . Dit klopt echter niet want [naam 5] was hier helemaal niet bij aanwezig. Ter onderbouwing van de onjuistheid van het relaas van bevindingen waarin de aanwijs is verwerkt, verwijst eiseres ook naar een verklaring van [naam 6] . Tijdens de zitting hebben de vertegenwoordigers van eiseres ten derde aangevoerd dat zij niet begrijpen dat de aanwijs leidend is voor de registratie in de BRK. De aanwijs is namelijk door leken gedaan en niet door de landmeter zelf. Ten slotte vraagt eiseres aan de rechtbank om te beoordelen of sprake is van verjaring.
Tijdens de zitting heeft de bewaarder ten slotte erkend dat het beroep gegrond moet worden verklaard omdat de kadastrale registratie met het ambtshalve herstel uiteindelijk wel is gewijzigd als een gevolg van het beroep. De bewaarder blijft er echter bij dat de door eiseres veronderstelde discrepantie van 113 m² niet aan de orde is.
Kamerstukken II2005/06, 30 544, nr. 3, blz. 18 en 20) kan worden afgeleid dat met artikel 7t van de Kadasterwet is beoogd een regeling te bieden voor het op verzoek herstellen van misslagen in de BRK. [5] Een verzoek tot herstel kan gericht zijn tegen het feit dat de bijwerking zelf onjuist of onvolledig is geschied omdat de bijwerking niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig het resultaat van bevindingen. Het verzoek kan niet gericht zijn tegen het resultaat van de bevindingen, dat aan de belanghebbende is medegedeeld.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
- authentiek gegeven: in een basisregistratie opgenomen gegeven dat bij wettelijk voorschrift als authentiek is aangemerkt;
- basisregistratie: verzameling gegevens, waarvan bij wet is bepaald dat deze een basisregistratie vormt;
1°. in de openbare registers ingeschreven of anderszins door de Dienst gehouden document, of
2°. besluit of gewaarmerkt afschrift daarvan;
- kadastrale grens: op basis van inlichtingen van belanghebbenden en met gebruikmaking van de bescheiden, bedoeld in artikel 50, door de Dienst vastgestelde grens tussen percelen;
- kadastrale grootte: indicatieve omvang van een perceel, berekend door de Dienst;
- kadastrale kaart: kadastrale kaart als bedoeld in artikel 48, derde lid;
- Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
- openbare registers: openbare registers als bedoeld in artikel 16 van Pro Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek juncto artikel 8, eerste lid;
- perceel: kadastraal geïdentificeerd en met kadastrale grenzen begrensd deel van het Nederlands grondgebied;
- rechtspersoon: privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon, met inbegrip van de openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid;
- registratie: registratie of basisregistratie.