ECLI:NL:RBZWB:2026:3484
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die was vastgesteld op €325.000 op de waardepeildatum 1 januari 2022. Hij stelde dat de waarde te hoog was en dat de woning minder waard was vanwege de staat van onderhoud, voorzieningen en ligging, en voerde een lagere waarde van €255.000 aan.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was, mede omdat een geldige machtiging was overgelegd. De rechtbank liet een nieuwe beroepsgrond die laat werd ingebracht buiten beschouwing omdat de wederpartij daardoor niet adequaat kon reageren. Het door belanghebbende overgelegde woningwaarderapport was onvoldoende specifiek en hield geen rekening met de door hem genoemde gebreken.
De heffingsambtenaar onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatierapport waarin rekening was gehouden met matig onderhoud en oude voorzieningen. De rechtbank vond dit voldoende en oordeelde dat de monumentenstatus niet aannemelijk was gemaakt als waardedrukkend. Ook het motiveringsbeginsel was niet geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.