Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een administratieve sanctie in de vorm van een verkeersboete. De officier van justitie heeft het beroep gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding toegekend, waarbij een verminderingsfactor uit artikel 13a Wahv werd toegepast. Betrokkene stelde dat deze verlaging onjuist was en in strijd met het gelijkheidsbeginsel.
De kantonrechter overwoog dat de proceskostenvergoeding correct was vastgesteld, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025 waarin werd bevestigd dat toepassing van artikel 13a, lid 2, Wahv niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Ook het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigde de toepasselijkheid van artikel 13a Wahv op de procedure bij de officier van justitie.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een hogere proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan op 9 maart 2026 en is openbaar. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete en de toegewezen proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard.