ECLI:NL:RBZWB:2026:3544

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
11591276 \ MB VERZ 25-170
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a WahvArt. 7:28 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen verkeersboete en proceskostenvergoeding ongegrond verklaard

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een administratieve sanctie in de vorm van een verkeersboete. De officier van justitie heeft het beroep gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding toegekend, waarbij een verminderingsfactor uit artikel 13a Wahv werd toegepast. Betrokkene stelde dat deze verlaging onjuist was en in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

De kantonrechter overwoog dat de proceskostenvergoeding correct was vastgesteld, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025 waarin werd bevestigd dat toepassing van artikel 13a, lid 2, Wahv niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Ook het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigde de toepasselijkheid van artikel 13a Wahv op de procedure bij de officier van justitie.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een hogere proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan op 9 maart 2026 en is openbaar. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete en de toegewezen proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11591276 \ MB VERZ 25-170
CJIB-nummer : [cjib nummer]
uitspraakdatum : 9 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding van € 78,- toegekend. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 9 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is verschenen [persoon] . De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de proceskostenvergoeding niet juist is. Gemachtigde voert aan dat de per 1 januari 2024 ingevoerde ‘verminderingsfactoren’ zijn opgenomen in artikel 13a Wahv dat geldt voor beroep bij de kantonrechter. De kostenvergoeding wordt door de officier van justitie vastgesteld op basis van artikel 7:28 Awb Pro. Dat artikel is niet gewijzigd, zodat de officier van justitie de factor van artikel 13a niet had mogen toepassen. De verlaging van de proceskostenvergoeding is ook in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Gemachtigde verwijst hiervoor naar zijn betoog en bijbehorende jurisprudentie. Subsidiair verzoekt gemachtigde om de wegingsfactor gemiddeld toe te passen, zodat de vergoeding gelijk wordt met die in een WOZ-zaak.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan verder niets toegevoegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025 volgt dat artikel 13a, tweede lid, Wahv niet leidt tot een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling en niet in strijd is met de verdragsbepalingen, waarop de gemachtigde zich beroept. Daarnaast is artikel 13a, tweede lid, Wahv ook van toepassing op de proceskostenvergoeding, die de officier van justitie in administratief beroep toekent. Verder is de boete bekendgemaakt na 31 december 2023, waardoor de extra wegingsfactor van toepassing is. De officier van justitie heeft daarom terecht de extra wegingsfactor toegepast.

Overwegingen

De kantonrechter overweegt dat de officier van justitie de beschikking op 13 augustus 2024 heeft vernietigd en daarbij een proceskostenvergoeding heeft toegekend die als volgt is berekend. Betrokkene heeft één punt ontvangen voor het administratieve beroepschrift met een waarde van € 624,- en een wegingsfactor van 0,5. Hierbij is een vermenigvuldigingsfactor toegepast van 0,25 conform artikel 13a, lid 2, Wahv.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat toepassing van deze factor niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. [1] Volgens het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is artikel 13a Wahv ook van toepassing op de procedure bij de officier van justitie. [2]
De toegekende proceskostenvergoeding is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook op de juiste hoogte vastgesteld.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending:

Voetnoten

1.Hoge Raad 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985.
2.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7880