ECLI:NL:RBZWB:2026:355

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/2782
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:36c Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroepen niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij motorrijtuigenbelasting

Belanghebbende heeft op 9 juni 2025 beroepen ingediend tegen rekeningen motorrijtuigenbelasting. De rechtbank beoordeelt deze beroepen zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro omdat zij kennelijk niet-ontvankelijk zijn.

De niet-ontvankelijkheid volgt uit het niet betalen van het griffierecht van €53 per zaaknummer. De griffier heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk en digitaal gewezen op de betalingsverplichting en termijnen, maar betaling bleef uit. De herinneringsbrieven werden aangetekend verzonden, maar retour ontvangen ongeopend. Belanghebbende is ingeschreven op het juiste adres en heeft tot 19 augustus 2025 de tijd gehad om te betalen.

Er is geen verontschuldiging voor het niet betalen gegeven. Daarom verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de inhoud van de beroepen niet. De bestreden besluiten blijven ongewijzigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 25/2782 tot en met 25/2784

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende. Belanghebbende heeft de beroepen op 9 juni 2025 ingediend. De beroepen zien op de rekeningen motorrijtuigenbelasting met kenmerk [kenmerk].M.4.9.001, [kenmerk].M.5.9.000 en [kenmerk].M.5.09.000.
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 53,- per zaaknummer. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft belanghebbende het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft belanghebbende bij brieven van 11 juni 2025 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brieven van 10 juli 2025 belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brieven.
5. De griffier heeft op 25 juli 2025 de herinneringsnota’s van 10 juli 2025 ook in het digitaal dossier van belanghebbende berichten geplaatst. Van de plaatsing van deze berichten is op dezelfde datum een notificatie aan belanghebbende verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende deze berichten op 25 juli 2025 heeft ontvangen. [1]
6. De enveloppen waarin de aangetekende brieven zijn verzonden, zijn op 7 augustus 2025 ongeopend terugontvangen bij de griffie met de vermelding “Niet afgehaald; retour afzender”. Blijkens de na de retourontvangst ingewonnen informatie staat belanghebbende in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres zoals vermeld op de brieven.
7. Aangezien de herinneringsnota’s al op 25 juli 2025 in het digitaal dossier zijn geplaatst, zijn de retour gekomen enveloppen niet nogmaals per gewone brieven verzonden naar belanghebbende. Belanghebbende heeft tot 19 augustus 2025 de mogelijkheid gehad om het griffierecht te betalen.
8. Belanghebbende heeft het griffierecht niet betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
9. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

10. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 23 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).