ECLI:NL:RBZWB:2026:366
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over contante belastingbetaling
Belanghebbende is het niet eens met de mededeling van de ontvanger van de Belastingdienst dat zij haar belastingen niet langer contant kan betalen. Zij heeft hierover een klacht ingediend en vervolgens beroep ingesteld bij de bestuursrechter.
De ontvanger stelt dat het besluit geen maatwerkbeschikking is en dat bezwaar en beroep niet mogelijk zijn. De rechtbank onderzoekt haar bevoegdheid en stelt vast dat beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990 in principe niet door de bestuursrechter kunnen worden beoordeeld, tenzij er een uitzondering geldt. Deze uitzondering is hier niet van toepassing.
De rechtbank oordeelt dat zij daarom niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep en verklaart zich onbevoegd. De rechtbank wijst erop dat belanghebbende zich tot de burgerlijke rechter kan wenden en dat er mogelijkheden zijn voor toevoeging indien zij de procedurekosten niet kan dragen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het besluit dat contante betaling van belastingen niet meer mogelijk is.