Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een administratieve sanctie opgelegd wegens 19 km per uur te hard rijden buiten de bebouwde kom op de Rijksweg te Bruinisse op 20 februari 2024. Betrokkene ontkende de gedraging en stelde overschrijding van de redelijke termijn in het geding. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt voor de overtreding en dat de enkele ontkenning van betrokkene onvoldoende is om daaraan te twijfelen. De boete is daarom terecht opgelegd. Wel is de redelijke termijn van berechting overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde vanaf het opleggen van de boete.
Op grond hiervan matigde de kantonrechter de boete met 25% en veroordeelde de officier van justitie tot terugbetaling van het te veel betaalde bedrag aan zekerheid. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten in de fase van overschrijding van de redelijke termijn. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, boete met 25% gematigd en proceskosten toegekend.