Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
nahet contact via de datingsites) overging naar het
als vrouw, via de app persoonlijk contact (blijven) onderhouden, waarin de suggestie werd gewekt van een (toekomstige) affectieve relatie, met daarin ook de vraag om geld in verband met verzonnen redenen van geldproblemen,.
allein de tenlastelegging personen schuldig heeft gemaakt aan oplichting.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De vorderingen van de benadeelde partijen
[aangever 1]vordert een schadevergoeding van € 40.260,36 voor het tenlastegelegde feit.
23 januari 2024.
[aangever 4]vordert een schadevergoeding van ongeveer € 50.000,- voor het tenlastegelegde feit. De rechtbank begrijpt dat hij € 50.000,- vordert.
13 januari 2024.
[aangever 7]vordert een schadevergoeding van € 4.750,- voor het tenlastegelegde feit.
10 januari 2024.
[aangever 8]vordert een schadevergoeding van € 80.000,- voor het tenlastegelegde feit.
[aangever 12]vordert een schadevergoeding van € 4.572,- voor het tenlastegelegde feit.
15 januari 2024.
9.De wettelijke voorschriften
10.Beslissing
een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
[aangever 12]van € 4.572,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 15 januari 2024 tot aan de dag der voldoening;
[aangever 8]niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
[aangever 1]van
[aangever 4]van
[aangever 7]van
[aangever 12], € 4.572,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 15 januari 2024 tot aan de dag der voldoening;
30 dagengijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[aangever 1], € 32.980,86,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 23 januari 2024 tot aan de dag der voldoening;
120 dagengijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[aangever 4], € 50.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 13 januari 2024 tot aan de dag der voldoening;
200 dagengijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[aangever 7], € 1.375,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 10 januari 2024 tot aan de dag der voldoening;
10 dagengijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;