Op 12 september 2025 werd verdachte aangehouden op de A16 nabij de Moerdijkbrug met een verborgen ruimte in de kofferbak van haar auto waarin ongeveer 120,92 kilogram amfetamine werd aangetroffen. Verdachte verklaarde softdrugs te vervoeren, maar de rechtbank oordeelde dat zij op zijn minst voorwaardelijk opzet had op het vervoeren van harddrugs.
De rechtbank stelde vast dat verdachte als bestuurder de beschikkingsmacht had over de auto en bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat zij MDMA vervoerde, mede omdat zij geen controle deed op de lading ondanks verdachte omstandigheden. Verdachte was onderweg naar Frankrijk en had de Franse nationaliteit, waardoor sprake was van verlengde uitvoer in de zin van de Opiumwet.
De rechtbank achtte het feit ernstig vanwege de grote hoeveelheid en de maatschappelijke impact van amfetaminehandel. Gezien de beperkte rol van verdachte als katvanger en haar blanco strafblad legde de rechtbank een gevangenisstraf van vier jaar op, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van het voorarrest.
Daarnaast werden de inbeslaggenomen auto en telefoon verbeurd verklaard. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.