Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3780

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
02-241202-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 27 SrArt. 33 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor verlengde uitvoer van 120 kilogram amfetamine naar Frankrijk

Op 12 september 2025 werd verdachte aangehouden op de A16 nabij de Moerdijkbrug met een verborgen ruimte in de kofferbak van haar auto waarin ongeveer 120,92 kilogram amfetamine werd aangetroffen. Verdachte verklaarde softdrugs te vervoeren, maar de rechtbank oordeelde dat zij op zijn minst voorwaardelijk opzet had op het vervoeren van harddrugs.

De rechtbank stelde vast dat verdachte als bestuurder de beschikkingsmacht had over de auto en bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat zij MDMA vervoerde, mede omdat zij geen controle deed op de lading ondanks verdachte omstandigheden. Verdachte was onderweg naar Frankrijk en had de Franse nationaliteit, waardoor sprake was van verlengde uitvoer in de zin van de Opiumwet.

De rechtbank achtte het feit ernstig vanwege de grote hoeveelheid en de maatschappelijke impact van amfetaminehandel. Gezien de beperkte rol van verdachte als katvanger en haar blanco strafblad legde de rechtbank een gevangenisstraf van vier jaar op, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van het voorarrest.

Daarnaast werden de inbeslaggenomen auto en telefoon verbeurd verklaard. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk, voor het vervoeren van circa 121 kilogram amfetamine richting Frankrijk.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-241202/25
Vonnis van de meervoudige kamer van 6 mei 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres]
thans verblijvende in de PI [locatie] ,
raadsman mr. Z. el Wali, advocaat te Diemen.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 april 2026, waarbij de officier van justitie mr. S.A.A.P. van Hees en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich op 12 september 2025 schuldig heeft gemaakt aan de (verlengde) uitvoer dan wel het aanwezig hebben van ongeveer 120,92 kilogram MDMA.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het feit wegens het ontbreken van (voorwaardelijk) opzet bij de verdachte. Verdachte dacht dat zij softdrugs (hasjiesj) vervoerde en kon niet weten of vermoeden dat zij in werkelijkheid MDMA vervoerde.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Vaststelling van de feiten
Op 12 september 2025 is verdachte in een personenauto (merk Opel Insignia)met een Frans [kenteken] ter hoogte van de Moerdijkbrug (Moerdijk) op de autosnelweg A16, aangehouden. Verdachte was onderweg naar Frankrijk. Zij bleek de bestuurder en enige inzittende van de auto te zijn. Bij de doorzoeking van de auto troffen de agenten in de kofferbak van de auto, op de plek waar gewoonlijk het reservewiel wordt opgeborgen, een professioneel aangebrachte verborgen ruimte aan. In de kofferbak zijn twee verschillende kleuren zakken pillen aangetroffen. Uit onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut bleek dat deze pillen amfetamine bevatten. Het totale nettogewicht van de pillen met amfetamine bedroeg 120,92 kilo.
Wetenschap en machtssfeer
Om tot een bewezenverklaring van opzet te kunnen komen, is vereist dat bij verdachte sprake was van wetenschap van de aanwezigheid van de amfetamine in de auto en dat zij daarover de beschikkingsmacht had. De rechtbank is van oordeel dat hiervan sprake was. Verdachte heeft verklaard dat zij een bedrag ad. € 500,- zou krijgen om softdrugs van Nederland naar Frankrijk te brengen. Een voor haar onbekende man heeft in Gouda de zakken met amfetamine in de kofferbak van haar auto geladen. Verdachte heeft verklaard dat zij de kofferbak niet heeft geopend om te verifiëren of controleren wat erin gelegd was.
De rechtbank overweegt dat, zelfs als van de juistheid van de verklaring van verdachte wordt uitgegaan, bewezen is dat verdachte op zijn minst voorwaardelijk opzet heeft gehad op het vervoeren van MDMA. Volgens vaste jurisprudentie geldt als uitgangspunt dat een persoon wordt geacht wetenschap te hebben van de in zijn voertuig aanwezige goederen, tenzij er omstandigheden aannemelijk zijn geworden waaruit voortvloeit dat dit in dit specifieke geval anders is. Van zulke omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken. Het lag daarom, gelet op de hiervoor geschetste verdachte omstandigheden, op de weg van verdachte om (nader) onderzoek te doen naar wat zij in haar auto vervoerde, temeer gelet op het feit dat zij heeft verklaard dat zij dacht dat zij iets illegaals vervoerde. Vervolgens is verdachte richting Frankrijk gereden.
Door geen navraag te doen en de lading in de auto niet te controleren heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zij MDMA zou vervoeren. Hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de MDMA in de kofferbak van haar auto, waar zij als bestuurder van de auto ook de beschikkingsmacht over had.
Verlengde uitvoer
Verdachte heeft bij de politie verklaard dat zij onderweg was naar Frankrijk. Daarnaast heeft verdachte de Franse nationaliteit en is zij door de verbalisanten aangetroffen in een auto met een Frans kenteken terwijl zij in de richting van de Belgische grens reed. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte de drugs buiten het grondgebied van Nederland ging brengen en zich dus schuldig heeft gemaakt aan (verlengde) uitvoer in de zin van de Opiumwet. Hiervoor is niet vereist dat de drugs daadwerkelijk Nederland hebben verlaten.
Conclusie
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de verlengde uitvoer van 120,92 kilogram amfetamine.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 12 september 2025 te Zevenbergschen Hoek, gemeente Moerdijk opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 120,92 kilogram MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feite op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van vier jaren waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met aftrek van voorarrest. De inbeslaggenomen auto kan verbeurd worden verklaard.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan voorarrest met een groot deel geheel voorwaardelijk, gezien de (geringe) rol van verdachte (drugskoerier). Daarnaast vraagt zij rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte een blanco strafblad heeft, is gedetineerd in een voor haar vreemd landende omstandigheid dat haar detentie ook invloed heeft op de gezondheidstoestand van haar moeder.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
De ernst van het feit
Verdachte heeft vanuit Nederland 120,92 kg amfetamine naar Frankrijk vervoerd. Het gaat daarmee om een uitzonderlijk grote hoeveelheid harddrugs met een aanzienlijke straatwaarde van bijna 1 miljoen euro. Amfetamine is schadelijk voor de gezondheid. Het gebruik ervan kan leiden tot verslaving en ernstige gevolgen hebben voor het leven van gebruikers. De grote financiële belangen die daarmee zijn gemoeid, bevorderen criminele samenwerking en veroorzaken aanzienlijke maatschappelijke overlast en ondermijning.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft voorts de persoonlijke omstandigheden in aanmerking genomen die tijdens het onderzoek ter zitting naar voren zijn gekomen.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Op het
vervoeren richting het buitenlandvan een hoeveelheid harddrugs
vanaf 20 kilogramstaat volgens deze oriëntatiepunten in beginsel al een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 60 maanden (vijf jaar) of hoger.
De rechtbank ziet in de persoon van de verdachte wel aanleiding om een deel daarvan voorwaardelijk op te leggen. Tijdens de zitting heeft verdachte bekend dat zij bezig was met een illegale activiteit en blijk gegeven van inzicht in de ernst van haar handelen. De rechtbank acht aannemelijk dat verdachte een ondergeschikte rol heeft vervuld en zich heeft laten gebruiken als katvanger. Hoewel dit haar strafrechtelijke verantwoordelijkheid niet wegneemt, houdt de rechtbank bij de strafoplegging rekening met deze beperkte rol binnen het geheel. Daar staat tegenover dat katvangers een onmisbare schakel vormen in de logistiek van de georganiseerde drugshandel. De rechtbank acht het daarom van belang dat de straf ook een signaal geeft aan anderen die overwegen zich voor dergelijke transporten te laten inzetten. Dit brengt mee dat een onvoorwaardelijk strafdeel niet kan worden vermeden.
De rechtbank houdt rekening met het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke of andere strafbare feiten, waardoor zij als first offender wordt beschouwd. Verdachte is verder nog relatief jong en bevindt zich daarmee in een levensfase waarin bijsturing nog goed mogelijk is. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt nu zij nog altijd een geldschuld heeft openstaan.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel, conform de eis van de officier van justitie, dat een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar waarvan een jaar geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van de periode die verdachte in voorarrest heeft gezeten, passend en geboden is.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

7.Het beslag

De in beslag genomen auto en telefoon zullen worden verbeurdverklaard. Het bewezen feit is met behulp van deze voorwerpen begaan
.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b,14c, 27, 33, 33a van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
opzettelijk handelen in strijd met in artikel 2 van Pro de Opiumwet gegeven verbod;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van vier jaar jaren, waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Beslag
- verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:
Een personenauto, merk Opel met als [kenteken] ,
Een telefoon, goednummer 2906155, merk: Apple, kleur wit.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Faouzi, voorzitter,
en mr. C.H.W.M. Sterk en mr. J.F.C. Janssen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.R. Tafazzul, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 mei 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
zij op of omstreeks 12 september 2025 te Zevenbergschen Hoek, gemeente Moerdijk opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht als bedoeld in artikel 1 lid 5 van Pro de Opiumwet, ongeveer 120,92 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, immers heeft zij toen daar die MDMA, althans dat middel aanwezig gehad (in een motorvoertuig) met bestemming Frankrijk:
(art 10 lid 5 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond A Opiumwet)