Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg (A4) te Bergen op Zoom op 25 juli 2024 om 15:58 uur. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die het beroep gegrond verklaarde en een proceskostenvergoeding toekende.
Tegen deze beslissing stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 12 maart 2026 was de gemachtigde van betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter overwoog dat de vermenigvuldigingsfactor van 0,25 uit artikel 13a, lid 2, Wahv van toepassing is, omdat de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 is genomen.
De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van een bijzonder geval dat een afwijking van deze factor rechtvaardigt. Het bedrijfsmodel van de gemachtigde voldeed aan de criteria uit het arrest van de Hoge Raad en de eerdere jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.