Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A58 te Roosendaal op 14 december 2023. Betrokkene voerde aan dat de telefoon op het middenconsole lag en dat Apple CarPlay het gebruik van de telefoon overbodig maakte. Ook stelde hij dat de verbalisant zich mogelijk vergist had en dat er geen staandehouding had plaatsgevonden.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden is verboden en valt onder het risico van de bestuurder. De boete is daarom terecht opgelegd aan de kentekenhouder, mede omdat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was vanwege omstandigheden rondom het dienstvoertuig van de verbalisant.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden en dat de hoorplicht was geschonden doordat betrokkene en zijn gemachtigde niet konden reageren op aanvullende stukken bij de officier van justitie. Daarom matigde de kantonrechter de boete tweemaal met 25%. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, boete gematigd wegens overschrijding redelijke termijn en schending hoorplicht.