Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A4 te Bergen op Zoom op 6 oktober 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat ten onrechte geen staandehouding had plaatsgevonden. De verbalisant had afgezien van staandehouding omdat betrokkene een afrit nam, waardoor een veilige staandehouding niet mogelijk was.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, die als voldoende bewijs geldt tenzij specifieke feiten twijfel zaaien. Er was geen reële mogelijkheid tot staandehouding, waardoor de boete terecht aan de kentekenhouder is opgelegd. Wel is de redelijke termijn voor de procedure overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd.
Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot terugbetaling van te veel betaalde zekerheid en tot vergoeding van proceskosten van €233,50. De beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd en het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd met 25% wegens overschrijding redelijke termijn en proceskostenvergoeding toegekend.