Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A16 te Zevenbergschen Hoek op 3 maart 2024. Betrokkene voerde aan dat hij het apparaat niet vasthield, maar dat zijn hand slechts in de buurt van de telefoon lag en dat de verklaring van de verbalisant summier en onvolledig was.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier voldoende bewijs vormen dat de gedraging heeft plaatsgevonden. De verklaring van betrokkene gaf geen reden tot twijfel. Het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden is verboden en valt onder het risico van de bestuurder.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, aangezien de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar duurde. Daarom werd de boete met 25% gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en de boete gematigd tot € 315,- plus administratiekosten.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, boete met 25% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.