ECLI:NL:RBZWB:2026:3980
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting en de daarbij opgelegde boete. Dit beroep is ingetrokken nadat de inspecteur het besluit op 8 januari 2026 heeft herzien en de boete heeft verminderd tot nihil. Belanghebbende verzocht vervolgens om een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten.
De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op dit verzoek, maar er is geen reactie ontvangen. De rechtbank beoordeelt dat hoewel de inspecteur aan het beroep tegemoet is gekomen door de boete te verminderen, dit niet automatisch leidt tot een proceskostenveroordeling.
De rechtbank overweegt dat het beroepschrift niet is ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en dat er geen bewijs is geleverd van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Verzoeken om vergoeding van verletkosten, internationale telefoonkosten, postzegels, printkosten en enveloppen worden afgewezen. Wel wijst de rechtbank erop dat de inspecteur verplicht is het betaalde griffierecht te vergoeden, hetgeen de inspecteur ook heeft toegezegd.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen ondanks vermindering boete door inspecteur.