Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2019 en de daarbij opgelegde vergrijpboete en belastingrente. Nadat de inspecteur al een uitspraak op bezwaar had gedaan, diende belanghebbende een tweede bezwaarschrift in, dat door de inspecteur als beroepschrift werd aangemerkt en naar de rechtbank werd gestuurd.
De rechtbank oordeelt dat het beroepschrift te laat is ingediend, namelijk op 29 januari 2024, terwijl de termijn voor het indienen zes weken na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar (14 december 2023) was verstreken op 25 januari 2024. Belanghebbende heeft geen verontschuldigbare redenen voor de termijnoverschrijding gegeven, ondanks herhaalde verzoeken van de rechtbank.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij het beroep niet inhoudelijk. De rechtbank wijst erop dat de inspecteur het tweede bezwaarschrift als verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag moet behandelen en draagt de inspecteur op dit alsnog te doen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.