Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 11 mei 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] h.o.d.n. [bedrijf 1] , te [plaats] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur,
de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
(afbeelding
Motivering
Conclusie en gevolgen
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag Bpm tot een bedrag van € 6.690;
- veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 352,94;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 1.147,06;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 3.200 aan proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 184 aan belanghebbende moet vergoeden.