ECLI:NL:RBZWB:2026:4034
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziektewetuitkering na WIA-beoordeling wegens arbeidsgeschiktheid
Eiseres, werkzaam als hulp in de huishouding, viel op 8 februari 2022 uit en bereikte op 5 februari 2024 het einde van de wachttijd. Het UWV weigerde haar een Ziektewetuitkering toe te kennen omdat zij volgens een WIA-beoordeling minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geschikt wordt geacht voor drie geduide functies. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij ernstiger beperkt is, onderbouwd met medische gegevens waaronder brieven van een internist die ME/CVS bij long covid diagnosticeerde.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek door de arts en verzekeringsarts b&b zorgvuldig is uitgevoerd en dat de geduide functies als 'zijn arbeid' in de zin van artikel 19 ZW Pro gelden. De verzekeringsarts b&b concludeerde dat er geen toename van beperkingen is sinds de WIA-beoordeling en dat eiseres geschikt is voor de functies. De rechtbank vindt dat eiseres onvoldoende nieuwe medische gegevens heeft overgelegd om dit oordeel te weerleggen.
Het verzoek om een onafhankelijke deskundige te benoemen wordt afgewezen wegens gebrek aan nadere medische onderbouwing. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het UWV terecht de ZW-uitkering heeft geweigerd. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van een Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard omdat zij geschikt is voor de geduide functies en onvoldoende medische onderbouwing voor toegenomen beperkingen heeft geleverd.