ECLI:NL:RBZWB:2026:41

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
25/3198 WAJONG
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag Wajong-uitkering wegens gebrek aan arbeidsvermogen en werknemersvaardigheden

In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 14 januari 2026, wordt de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een Wajong-uitkering behandeld. Eiseres, geboren op 24 juli 2004, heeft op 9 januari 2024 een aanvraag ingediend, die door het UWV op 27 mei 2024 is afgewezen. Het UWV stelde dat eiseres geen arbeidsvermogen heeft, maar dat er mogelijkheden zijn voor ontwikkeling in de toekomst. Eiseres is het niet eens met deze afwijzing en heeft beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen. De rechtbank komt tot de conclusie dat het UWV op goede gronden de aanvraag heeft afgewezen. Eiseres beschikt momenteel niet over basale werknemersvaardigheden en kan niet functioneren in een arbeidsomgeving. Er zijn echter mogelijkheden voor behandeling en begeleiding, waardoor de ontwikkeling van arbeidsvermogen niet uitgesloten is. De rechtbank oordeelt dat het UWV voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er in de toekomst mogelijkheden zijn voor eiseres om arbeidsvermogen te ontwikkelen, en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres heeft geen recht op vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats: Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3198 WAJONG

uitspraak van 14 januari 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. N.J. Brouwer),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Breda), verweerder,
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiseres is het niet eens met deze afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV op goede gronden de aanvraag van eiseres heeft afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 en 4 staan het wettelijk kader en de grondslag van het bestreden besluit. Onder 5 en 6 volgt een weergave van het medisch en arbeidskundig onderzoek. Onder 7 en 8 staan de standpunten van eiseres en het UWV. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 9. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen: heeft eiseres arbeidsvermogen en zo niet, is het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Eiseres, geboren op 24 juli 2004, heeft op 9 januari 2024 een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering.
2.1
Met het besluit van 27 mei 2024 (primair besluit) heeft het UWV geweigerd om een Wajong-uitkering toe te kennen. Aan eiseres is meegedeeld dat zij geen arbeidsvermogen heeft, maar dat het UWV verwacht dat zij in de toekomst mogelijk wel arbeidsvermogen kan ontwikkelen.
2.1.
Met het bestreden besluit van 27 mei 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij het besluit tot weigering een Wajong-uitkering toe te kennen, gebleven.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de moeder van eiseres en de gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

Wettelijk kader
3. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Grondslag van het bestreden besluit
4. Aan het bestreden besluit ligt een medisch en een arbeidskundig onderzoek ten grondslag.
Medisch onderzoek
5.1.
De verzekeringsarts heeft eiseres gezien op het spreekuur, haar psychisch onderzocht en dossieronderzoek verricht. De verzekeringsarts heeft kennisgenomen van het intakeverslag van Jonx van 20 mei 2022, de OTS rapportage van 20 juli 2022, het ontwikkelplan van 23 september 2021, de rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming van 8 september 2021, informatie van psycholoog [psycholoog] van
1 maart 2021 en van systeemtherapeut [systeemtherapeut] van 21 februari 2020 en 19 oktober 2016 alsmede van de brief van de huisarts van 4 april 2024. De verzekeringsarts heeft gerapporteerd dat er bij eiseres sprake is van een autismespectrumstoornis (ASS) die zich uit in forse beperkingen binnen de sociale communicatie en interactie en een sterke rigiditeit in de vorm van bepalend gedrag, dwanghandelingen en -gedachten. Eiseres is erg prikkelgevoelig. Zij gaat niet alleen naar buiten en zit het grootste deel van de dag op haar kamer. Het is nog onduidelijk of er ook sprake is van een obsessieve compulsieve dwangstoornis (OCD) en traumagerelateerde klachten. Bij het laatste diagnostisch onderzoek in mei 2022 is opnieuw het advies gegeven (zoals eerder in 2021) om hier nader onderzoek naar te laten verrichten. Er is bij dit onderzoek een aantal aanbevelingen gedaan: inzet van gespecialiseerde ASS zorg, behandeling in het gezin om bepaalde patronen te doorbreken en daarna mogelijk inzet van onderwijs. Eiseres werd al eerder verwezen naar het Autisme Team Noord Nederland (ATN), maar vanwege een verhuizing naar Zeeland is dat niet goed van de grond gekomen. Tot nu toe zijn er moeilijkheden om in Zeeland de juiste behandeling/begeleiding te vinden. Recent gaf de moeder van eiseres aan dat het advies is gegeven om eiseres aan te melden bij Emergis. Gezien de ernst van de beperkingen op dit moment, waarbij er forse beperkingen zijn ten aanzien van het sociaal functioneren, de dwangklachten, rigiditeit, het bepalend gedrag en de behoefte aan ondersteuning, aansturing en de behoefte aan veiligheid en nabijheid kan niet worden gesteld dat eiseres over werknemersvaardigheden beschikt en in een arbeidsomgeving kan functioneren. Eiseres wordt niet in staat geacht om afspraken met een werkgever na te komen (met betrekking tot aanwezigheid, productie, sociale interactie/ gedragsregels). Er zijn echter nog wel mogelijkheden op het gebied van diagnostiek, behandeling, begeleiding en (het onderzoeken van) scholing, zoals omschreven in het diagnostisch onderzoek van mei 2022. De verwachting is dat door verdere (intensieve) behandeling/begeleiding dan wel het vinden van een passend scholingsaanbod nog groei kan plaatsvinden en er verbetering van de mogelijkheden kan komen, zodat er op langere termijn arbeidsvermogen kan ontstaan in een beschermde en aangepaste setting, zoals in beschut werk. Daarom kan niet worden geconcludeerd dat het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is.
5.2.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) heeft dossieronderzoek verricht en informatie van de huisarts van 30 oktober 2024, die hij had opgevraagd, betrokken. De verzekeringsarts b&b heeft gerapporteerd dat eiseres bekend is met een ASS. Net als de primaire verzekeringsarts is de verzekeringsarts b&b van mening dat eiseres geen werknemersvaardigheden heeft. Zij wordt niet in staat geacht om afspraken met een werkgever na te komen. Eiseres kan geen interacties en relaties aangaan en er zijn communicatieproblemen. Ontwikkeling van arbeidsvermogen is echter niet uitgesloten. Eiseres is bekend met een ASS wat zich uit in forse beperkingen in communicatie en sociale interactie en een sterke rigiditeit in de vorm van bepalend gedrag, dwanghandelingen en -gedachten. Dit blijkt uit informatie van de psycholoog van Jonx van 20 mei 2022. Uit deze informatie blijkt ook dat het behandeladvies gericht is op ontwikkelingsstimulering, waardoor ontwikkeling van arbeidsvermogen niet uitgesloten is. Er wordt inzet van gespecialiseerde ASS zorg geadviseerd, waarbij op maat moet worden aangesloten voor ontwikkelingsstimulering. Ook moet behandeling worden in gezet om patronen te doorbreken. Uit onderzoek blijkt dat er weinig vaardigheden en eisen aan eiseres worden gesteld. Verder wordt inzet van onderwijs geadviseerd omdat eiseres voldoende cognitieve vaardigheden heeft. Gelet op de cognitieve vaardigheden heeft eiseres leervermogen. Door het leervermogen in combinatie met het behandeladvies, zoals ontwikkelingsstimulering, is het niet uitgesloten dat eiseres vaardigheden kan aanleren en bekwaamheden zal ontwikkelen. Eiseres kan basale werknemersvaardigheden ontwikkelen; ze zal afspraken met een werkgever kunnen nakomen. Eiseres zal leren om interacties en relaties aan te gaan. Eiseres is al in staat om op beperkte schaal interacties en relaties aan te gaan, zoals blijkt uit de informatie van Jonx. Eiseres zal leren om beter te communiceren met derden. Ook met het doorbreken van patronen zal eiseres meer zelfstandigheid ontwikkelen omdat er meer eisen gesteld zullen worden. Daarnaast zal met een passend scholingsaanbod ook groei kunnen plaatsvinden met verbetering van de mogelijkheden en ontwikkelen van bekwaamheden.
Arbeidskundig onderzoek
6. In navolging van de verzekeringsartsen gaan ook de arbeidsdeskundigen er van uit dat eiseres geen basale werknemersvaardigheden en daarmee geen arbeidsvermogen heeft.
Standpunt van het UWV
7. Het UWV stelt dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is omdat er nog mogelijkheden zijn op het gebied van diagnostiek, behandeling, begeleiding en (het onderzoeken van) scholing. Volgens het UWV heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat de betreffende behandeling(en) feitelijk (en blijvend) niet toegankelijk is voor haar. Eiseres stelt dat diverse behandelingen niet gevolgd kunnen worden vanwege een ‘te complexe situatie’. Zij verwijst hierbij onder meer naar een gedeelte uit de rapportage van de verzekeringsarts b&b. Dat gedeelte is niet hetgeen door de verzekeringsarts b&b is vastgesteld maar een weergave van de bezwaargronden van eiseres.
Standpunt van eiseres
8. Volgens eiseres stelt het UWV ten onrechte dat zij in de toekomst werknemers-vaardigheden kan ontwikkelen. Er is daarnaast niet onderbouwd hoe de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich kunnen ontwikkelen. De stelligheid waarmee de verzekeringsarts b&b uitspraken heeft gedaan over de ontwikkeling in de toekomst getuigt van een onzorgvuldige besluitvorming.
Eiseres heeft een ASS, een OCD en (vermoedelijk) selectief mutisme. Daarnaast is de sociaal-emotionele leeftijd van eiseres door agoog [agoog] ingeschat op 5 jaar. Dit wordt bevestigd door Jonx die een sociaal-emotionele leeftijd van 2,5 jaar noemt. Door deze sociaal-emotionele leeftijd is eiseres niet in staat om werknemersvaardigheden aan te leren. Daarbij staan de verschillende aandoeningen en het selectief mutisme daaraan in de weg.
Eiseres heeft diverse traumatische ervaringen gehad op het speciaal onderwijs en communiceert al enkele jaren alleen met haar ouders. Eiseres is snel overprikkeld wat tot volledige ontregeling kan leiden. Er is een grote kans dat behandeling en dagbesteding eiseres overvragen. Behandeling kan bovendien slechts tot verbetering leiden als deze ook daadwerkelijk gevolgd kan worden. Behandeling is feitelijk niet toegankelijk voor eiseres. Blijkens de rapportage van de verzekeringsarts b&b hebben Zeeuwse Gronden, Emergis en het Autismepunt in Eindhoven geweigerd eiseres te behandelen omdat de situatie te complex is. Ook in Drenthe hebben meerdere behandelaars aangegeven dat er geen behandeling is vanwege de te complexe situatie. Omdat eiseres feitelijk geen toegang heeft tot behandeling en Stichting Hulst voor Elkaar geen begeleiding wil bieden voordat behandeling is ingezet, kan niet worden gesteld dat eiseres in de toekomst werknemersvaardigheden kan ontwikkelen en heeft zij recht op een Wajong-uitkering.
Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres in beroep een verklaring van agoog [agoog] van 20 november 2025 overgelegd.
Oordeel van de rechtbank
9.1.
Omdat eiseres haar aanvraag na 1 januari 2015 heeft ingediend, is de Wajong zoals die geldt na 1 januari 2015 van toepassing.
De te beoordelen datum in dit geding is de 18e verjaardag van eiseres 24 juli 2022.
9.2.
Recht op een Wajong-uitkering ontstaat pas indien de betrokkene duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) heeft.
Het UWV moet daarom eerst beoordelen of eiseres voldoet aan tenminste een van de volgende voorwaarden:
- eiseres kan geen taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie
- eiseres beschikt niet over basale werknemersvaardigheden
- eiseres kan niet een uur aangesloten werken
- eiseres is niet tenminste vier uur per dag belastbaar (dan wel twee uur per dag belastbaar en in staat het minimumloon te verdienen).
Wordt aan tenminste een van de hiervoor genoemde voorwaarden voldaan dan ontbreekt arbeidsvermogen. Vervolgens moet het UWV dan beoordelen of deze situatie duurzaam is.
Bij de beoordeling maakt het UWV gebruik van de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA)-systematiek. Bij deze beoordeling staat de ‘International Classification of Functioning, Disability and Health’ centraal. Voor het toepassen van de SMBA-systematiek heeft het UWV het ‘Compendium Participatiewet’ vastgesteld.
9.3.
Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres geen basale werknemersvaardigheden heeft en daarom geen arbeidsvermogen heeft. Partijen zijn verdeeld over de vraag of het ontbreken van basale werknemersvaardigheden/arbeidsvermogen duurzaam is.
9.4.
Volgens vaste rechtspraak [1] betreft de beoordeling van de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen een inschatting van de kansen op verbetering van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Duurzaamheid op grond van de Wajong wordt aangenomen in een situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet meer kunnen ontwikkelen. Gelet op de wetsgeschiedenis is hiervan sprake als een betrokkene geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en herstel is uitgesloten. Als het UWV stelt dat duurzaamheid ontbreekt, hoeft het UWV niet te onderbouwen dat een betrokkene in de toekomst zal beschikken over arbeidsvermogen. Het UWV moet in zo’n geval wel aannemelijk maken dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich in de toekomst op een dusdanige wijze kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. Daarbij zijn van belang de bij betrokkene bestaande mogelijkheden tot verbetering van belastbaarheid, verdere ontwikkeling en toename van bekwaamheden. Anders dan bij een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) kan in een situatie waarbij op lange termijn slechts een geringe kans op herstel bestaat, voor de toepassing van de Wajong (vooralsnog) geen duurzaamheid worden aangenomen. In een situatie waarin het arbeidsvermogen tijdelijk ontbreekt wordt voor de toepassing van de Wajong de duurzaamheid na een periode van tien jaar alsnog verondersteld aanwezig te zijn.
Het UWV hanteert bij de beoordeling van de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen een beoordelingskader, dat is opgenomen in Bijlage 1 van het Compendium Participatiewet. Volgens het beoordelingskader spreekt de verzekeringsarts zich uit over de ontwikkeling van de mogelijkheden van betrokkene, uitgaande van de medische situatie zoals die is op het moment waarop de beoordeling betrekking heeft. In het beoordelingskader is een stappenplan opgenomen voor het onderzoek van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige naar de vraag of bij een betrokkene al dan niet sprake is van het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen. Als de verzekeringsarts volgens het stappenplan niet zelfstandig over het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen kan besluiten, spreken verzekeringsarts en arbeidsdeskundige zich gezamenlijk uit over de te verwachten ontwikkeling van betrokkene, en of die al dan niet tot arbeidsvermogen kan leiden.
9.5.
De verzekeringsartsen hebben geconcludeerd dat – gezien de ernst van de beperkingen op dit moment op sociaal functioneren, de dwangklachten, rigiditeit, het bepalend gedrag en de behoefte aan ondersteuning, aansturing, veiligheid en nabijheid – niet kan worden gesteld dat eiseres over werknemersvaardigheden beschikt en in een arbeidsomgeving kan functioneren. Eiseres wordt niet in staat geacht om afspraken met een werkgever na te komen, omdat zij geen interacties en relaties kan aangaan en er communicatieproblemen zijn.
De verzekeringsartsen stellen echter, onder verwijzing naar de rapportage van Jonx van
20 mei 2022, dat er nog mogelijkheden zijn op het gebied van diagnostiek, behandeling, begeleiding en (het onderzoeken van) scholing. Door Jonx is in deze rapportage (opnieuw) het advies gegeven om nader onderzoek te laten verrichten en zijn aanbevelingen gedaan: inzet van gespecialiseerde ASS zorg, behandeling in het gezin om bepaalde patronen te doorbreken en daarna mogelijk inzet van onderwijs. Eiseres heeft volgens de verzekeringsartsen voldoende cognitieve vaardigheden en daarmee leervermogen. In combinatie met het behandeladvies, zoals ontwikkelingsstimulering, is het niet uitgesloten dat eiseres vaardigheden kan aanleren en bekwaamheden zal ontwikkelen. Eiseres zal leren om interacties en relaties aan te gaan en beter te communiceren met derden. Ook met het doorbreken van patronen zal eiseres meer zelfstandigheid ontwikkelen omdat er meer eisen gesteld zullen worden. De verwachting is dat door verdere (intensieve) behandeling/ begeleiding gericht op ontwikkelingsstimulering dan wel het vinden van een passend scholingsaanbod nog groei kan plaatsvinden en er verbetering van de mogelijkheden kan komen, zodat er op langere termijn arbeidsvermogen kan ontstaan in een beschermde en aangepaste setting, zoals in beschut werk.
9.6.
Naar het oordeel van de rechtbank hebben de verzekeringsartsen hiermee afdoende gemotiveerd dat er voor eiseres, mede gelet op de informatie van Jonx, nog mogelijkheden zijn voor behandeling, begeleiding en (mogelijk) scholing en dat ontwikkeling van werknemersvaardigheden en het kunnen ontstaan van arbeidsvermogen daarmee niet uitgesloten is. Van onzorgvuldig onderzoek is volgens de rechtbank dan ook geen sprake.
Met betrekking tot de sociaal-emotionele leeftijd waarop eiseres heeft gewezen, overweegt de rechtbank dat in de rapportage van Jonx een sociaal-emotionele leeftijd van 2,5 jaar is vermeld. Jonx heeft desondanks voormelde (behandel)adviezen gegeven. Jonx heeft in de laag sociaal-emotionele leeftijd van eiseres dus geen aanleiding gezien voor de conclusie dat er geen (behandel)mogelijkheden zijn voor eiseres. De rechtbank leidt uit de informatie van Jonx juist af dat Jonx mogelijkheden zag voor ontwikkeling. Jonx vermeldt namelijk:
‘Voor haar omgeving is het van belang dat deze rekening houdt met de disharmonische ontwikkeling bij [voornaam eiseres] . Hierbij is wat zij aankan (sociale redzaamheid en sociaal en emotioneel ontwikkelings-niveau) leidend voor de begeleiding die zij nodig heeft. In een situatie waarin dit voldoende wordt gedaan, kunnen haar sterke kanten (o.a. cognitieve ontwikkeling, creativiteit) optimaal tot hun recht komen’.
Ook de agoog benadrukt in haar verklaring van 20 november 2025 het belang van een passend behandeltraject en in zoverre kan dit aanvullend stuk niet tot een ander oordeel leiden.
Niet gesteld of gebleken is dat eiseres de door Jonx geadviseerde behandeling en begeleiding al heeft gevolgd/gekregen. Ter zitting is gebleken dat er opties zijn voor eiseres, waaronder in Nijmegen en bij ATN, waarvoor zij om haar moverende redenen niet kiest/heeft gekozen. Er kan dan ook niet worden geconcludeerd dat er (feitelijk) geen (behandel)mogelijkheden zijn voor eiseres. Overigens is ter zitting gebleken dat Stichting Hulst voor Elkaar eiseres (en haar moeder) inmiddels begeleidt.
Nu het UWV naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat niet is uitgesloten dat op termijn bij eiseres arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan, houdt het besluit, waarbij aan eiseres een Wajong-uitkering geweigerd is, stand.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is ongegrond. Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard heeft eiseres geen recht op vergoeding van het griffierecht of de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.D. Sebel griffier, op 14 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage: Wet- en regelgeving

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Artikel 1a:1, eerste lid
Jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen is de ingezetene die:
op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;
na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was.
Artikel 1a:1, tweede lid
De ingezetene die op de dag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, beperkingen ondervindt als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling, maar op grond van het eerste lid niet aangemerkt wordt als jonggehandicapte, wordt alsnog jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, indien hij binnen vijf jaar na die dag duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, indien dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als die op grond waarvan hij beperkingen als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling ondervond, op de dag, bedoeld in onderdeel a of b.
Artikel 1a:1, vierde lid
Onder duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan de situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.
Artikel 1a:1, zesde lid
De beoordeling van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie wordt gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en voor zover nodig een arbeidskundig onderzoek.
Artikel 1a:1, achtste lid
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste, vierde en zesde lid nadere regels worden gesteld. Bedoelde algemene maatregel van bestuur is het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (het Schattingsbesluit).
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
Artikel 1a, eerste lid
Betrokkene heeft geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wajong, indien hij:
geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
Artikel 1a, tweede lid
Een taak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is de kleinste eenheid van een functie en bestaat uit één of meerdere handelingen.
In het Compendium Participatiewet is een stappenplan opgenomen bij de beoordeling voor de duurzaamheid.
Het stappenplan bestaat uit 3 stappen
Stap 1 - voor de verzekeringsarts
De verzekeringsarts stelt vast of er sprake is van een progressief ziektebeeld.
Als het antwoord bevestigend is, ontbreekt het arbeidsvermogen duurzaam. De beoordeling is afgerond.
Stap 2 - voor de verzekeringsarts
De verzekeringsarts stelt vast of de situatie van cliënt aan beide volgende voorwaarden voldoet:
- er is sprake van een stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden;-
- de aandoening is zodanig ernstig dat geen enkele toename van bekwaamheden mag worden verwacht.
Als aan deze beide voorwaarden wordt voldaan, ontbreekt het arbeidsvermogen duurzaam. De beoordeling is afgerond.
Stap 3 - voor de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige samen:
De verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige stellen in gezamenlijk overleg vast of het ontbreken van arbeidsvermogen van de cliënt duurzaam is. Zij betrekken daarbij ten minste de volgende aspecten in onderlinge samenhang:
-het al dan niet ontbreken van mogelijkheden ter verbetering van de belastbaarheid;
-het al dan niet ontbreken van mogelijkheden tot verdere ontwikkeling;
-het al dan niet ontbreken van mogelijkheden tot toename van bekwaamheden.
Op grond van hun gezamenlijk overleg concluderen de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige of het arbeidsvermogen al dan niet duurzaam ontbreekt. De beoordeling is afgerond.

Voetnoten

1.bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 maart 2025 (ECLI:NL:CRVB:2025:462)