Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 2001, vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege klachten na een verkeersongeluk in 2011, waaronder pijn en PTSS. Het UWV weigerde aanvankelijk de uitkering omdat zij niet in Nederland woonde op haar 18e verjaardag. Na een gerechtelijke uitspraak volgde een nieuw onderzoek dat concludeerde dat appellante momenteel geen arbeidsvermogen heeft, maar dit in de toekomst mogelijk wel kan ontwikkelen.
De rechtbank stelde een onafhankelijke psychiater aan die bevestigde dat appellante PTSS heeft, maar dat verbetering mogelijk is met behandeling. Het UWV baseerde zich op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen die stelden dat appellante basale werknemersvaardigheden kan ontwikkelen en daardoor arbeidsvermogen kan verkrijgen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar situatie stationair is en dat er geen uitzicht is op verbetering. De Raad concludeerde echter dat het UWV terecht heeft aangenomen dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is, omdat er nog perspectief is op verbetering door behandeling en ontwikkeling, mede gezien haar jonge leeftijd.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank dat de Wajong-uitkering terecht is geweigerd. Appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.