ECLI:NL:RBZWB:2026:4157
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na toekenning IVA-uitkering door UWV
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WIA-uitkering stop te zetten per 13 juli 2024. Nadat het UWV op 12 januari 2026 een nieuwe beslissing op bezwaar nam en een IVA-uitkering toekende met terugwerkende kracht, trok verzoekster haar beroep in.
De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoekster om het UWV te veroordelen tot betaling van proceskosten. Gezien het feit dat het UWV geheel aan verzoekster was tegemoetgekomen door de toekenning van de IVA-uitkering, achtte de rechtbank het verzoek gegrond.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten, zijnde de kosten voor het indienen van het beroepschrift. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het griffierecht van € 53,- te vergoeden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 18 mei 2026 en zonder zitting uitgesproken. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster na toekenning van een IVA-uitkering.