Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4157

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
25/3154
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na toekenning IVA-uitkering door UWV

Verzoekster had beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WIA-uitkering stop te zetten per 13 juli 2024. Nadat het UWV op 12 januari 2026 een nieuwe beslissing op bezwaar nam en een IVA-uitkering toekende met terugwerkende kracht, trok verzoekster haar beroep in.

De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoekster om het UWV te veroordelen tot betaling van proceskosten. Gezien het feit dat het UWV geheel aan verzoekster was tegemoetgekomen door de toekenning van de IVA-uitkering, achtte de rechtbank het verzoek gegrond.

De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten, zijnde de kosten voor het indienen van het beroepschrift. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het griffierecht van € 53,- te vergoeden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden.

De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 18 mei 2026 en zonder zitting uitgesproken. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster na toekenning van een IVA-uitkering.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3154

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 mei 2026 in de zaak tussen

[verzoekster 1] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. I.R. Becker-Moerenhout),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van het UWV van 14 mei 2025. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 12 januari 2026 dit besluit heeft vervangen door een nieuwe beslissing op bezwaar waarmee aan haar een IVA-uitkering is toegekend.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld dat zij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Met het besluit van 14 mei 2025 heeft het UWV besloten om de WIA-uitkering van verzoekster stop te zetten per 13 juli 2024. Op 16 juni 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoekster daartegen ongegrond is verklaard. Het UWV heeft op 12 januari 2026 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen en besloten om aan verzoekster een IVA-uitkering toe te kennen per 13 juli 2024. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. van Hooijdonk, griffier, op 18 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.