ECLI:NL:RBZWB:2026:4159
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens gewijzigde beslissing op bezwaar
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Dienst Toeslagen van 18 december 2024, waarin bezwaar ongegrond werd verklaard. Na het instellen van het beroep heeft verweerder op 4 februari 2026 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, waarin het bezwaar gegrond werd verklaard en de tegemoetkoming en compensatiebedragen werden gewijzigd vastgesteld. Hierdoor is verweerder gedeeltelijk aan verzoekster tegemoetgekomen.
Verzoekster heeft daarop haar beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van verweerder. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren, maar er is geen reactie ontvangen. De rechtbank oordeelt dat verweerder aan verzoekster is tegemoetgekomen en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten, zijnde de kosten voor het indienen van het beroepschrift. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het griffierecht van € 53,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 18 mei 2026.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens gewijzigde beslissing op bezwaar.