Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het rijden met 27 kilometer per uur te hard op een weg buiten de bebouwde kom. De boete werd opgelegd op basis van een lasergunmeting over een afstand van 459 meter. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat de meetafstand te groot was voor een betrouwbare meting en dat de boete niet redelijk was.
De rechtbank oordeelt dat de gedraging vaststaat en het meetmiddel op juiste wijze is gebruikt. De boete is terecht opgelegd. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak is overschreden, aangezien de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd.
Daarom wordt de boete met 25% gematigd. Tevens wordt betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter, berekend conform de wettelijke regels. De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: De boete wegens snelheidsovertreding wordt met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn en betrokkene krijgt proceskostenvergoeding.