Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden over een verdrijvingsvlak op de Rijksweg A58 te Breda op 23 november 2023. Betrokkene, privéchauffeur voor defensie, voerde aan dat hij niet over het verdrijvingsvlak had gereden en dat de waarneming van de verbalisant onjuist was. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt voor de gedraging, tenzij specifieke feiten twijfel rechtvaardigen, wat hier niet het geval was. De boete is daarom terecht opgelegd. Wel is de redelijke termijn van berechting overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde vanaf het opleggen van de boete.
Daarom matigde de kantonrechter de boete met 25%. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag van €70 terug te betalen en een proceskostenvergoeding van €116,75 toe te kennen aan betrokkene. De beslissing van de officier van justitie werd aldus gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete met 25% gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.